vrijdag 29 augustus 2014

Nada’s hoorn van Cornucopia 13: Intermezzo 6

Zoals in zoveel gedichten van Tonnus Oosterhoff komen er in 'Dichters storten zich namens de mensen' dieren voor. Eigenlijk is Oosterhoffs werk één grote dierentuin. Een eekhoorn, een haai, zeehonden...en wie van erg goede wil is, detecteert ook ijsberen in 'Dichters storten zich namens de mensen '. Wat doen die dieren in de gedichten? Houden ze de mensen een spiegel voor in de zin van: kijk, zo belachelijk is jullie gedrag? Of juist in de zin van: kijk, jullie plaats is ook gewoon bij ons, in het dierenrijk. Jullie instincten spelen een veel grotere rol dan jullie zouden willen erkennen. Of vindt Oosterhoff dieren eerlijker en meer authentiek dan mensen? Ach, de gebruikelijke clichés. La Fontaine enzovoort.

Maar in De Gids nummer vijf van 2013 verscheen zelfs een stuk proza van Oosterhoff, getiteld ‘De wrede ezel (fragment)’, bestaande uit de aaneenschakeling van allerlei feiten en fabelachtigheden over dieren. Niet voor niets stopt Jan Kuijper zijn sonnet voor en over Oosterhoff ook vol met dieren.



© 2014 Leo van der Sterren

Geen opmerkingen:

Een reactie posten