vrijdag 12 april 2024

Tijl en Richard

‘Richard Wagner, een rokkenjager, hij maakte bij iedereen schulden, was openlijk antisemiet en Hitler was zijn grootste fan.’ Zo luidt de eerste volzin en wel heel merkwaardige – want zeer negatieve – introductie bij elk van de zes delen van Tijl Beckands door AVRO/Tros uitgezonden Wagner-documentaireserie ‘Tijl in het voetspoor van Richard Wagner’. Zo, dan hebben we dat alvast gehad, schijnt Tijl gedacht te hebben. Dan hebben we al het slechte van de man alvast benoemd. Maar naar mijn mening doet Beckand Wagner nog tekort. Je kunt aan die kwalijke kwalificaties namelijk toevoegen dat Wagner zich als een koel berekenende manipulator gedroeg en dat hij omgeven was door een air van ongebreidelde arrogantie. ‘En toch neem ik je mee in de wondere wereld van dit genie’. Dat is de tweede volzin van de inleiding op elke aflevering van de reeks. Voor veel tijdgenoten, maar ook voor ontelbare nazaten van die tijdgenoten was en is Wagner een persona non grata, maar hij blijft wel een grootheid – een constatering die voor meer kunstenaars opgaat (en niet alleen voor kunstenaars trouwens).

 Beckand is Beckand en dus stoelt zijn, naar grote geestdrift opgeblazen benadering van het fenomeen Richard Wagner op de uitvergroting van het excessieve en exorbitante in Wagners leven en werk – daarvan, het naar het sensationele neigende, is Wagners wereld vergeven, maar je kunt daar ook minder Beckandiaans, minder Shownieuws-achtig mee omgaan. Beckands stijl moet het echter hebben van gekwaak en dat gekwaak verdringt elke, zelfs maar aanzet tot subtiliteit en nuance. Niet alleen dendert het ene na het andere superlatief voorbij waarbij je de speekselspatten om de oren vliegen en worden de tot gemeengoed geworden fragmenten uit de opera’s (‘Walkürenritt’ uit ‘Die Walküre’, ‘daar komt de bruid’ uit ‘Lohengrin’) voortdurend herhaald, ook etaleert Beckand ongegeneerd staaltjes van fetisjisme als hij bijvoorbeeld in huize Wahnfried in Bayreuth de toetsen van Wagners piano of Wagners pantoffel bepotelt. Typisch Beckand. En hij voelt overal van alles. Dat Wagner ergens vertoefd, gezeten of gelopen heeft. Dat, in Bayreuth, er een slechte sfeer hangt door het bruine verleden van de Grüne Hügel en Wahnfried. Dat, in een kamer in een palazzo in Venetië, de dood de componist bij zijn lurven heeft gegrepen.

 Beckands schreeuwerige introductie op elk van de zes delen van zijn documentaireserie moet de kijker voorbereiden op – warm maken voor – enthousiasmeren tot – een verschijnsel waaraan vele labels kleven, maar ook etiketten als ‘saai’, ‘vervelend’ en ‘slaapverwekkend’.  Voor diegenen die er niet mee om kunnen gaan – en dat is, zo men überhaupt enige weet heeft van Wagner en diens muziek, het grootste deel der mensheid, van vroeger en van nu – wekt Wagners muziek verveeldheid, irritatie, en misschien zelfs gram. Maar die pejoratieve gevoelens ontstaan enkel en alleen als je tegen je wil geconfronteerd wordt met de muziek van Wagner of als die ontmoeting weliswaar gewild is, maar beperkt blijft tot de oppervlakte, dat wil zeggen: hopend op een vlotte bevrediging door muziek. Dat laatste – een gevoel van euforie door toonkunst – lukt bij Wagner nooit ofte nimmer snel. Van Wagners werken houden kost tijd, heel veel tijd. Maar wie zich erin verdiept – de muziek blijft beluisteren, over de man en de muziek leest, de visuele opnames van de opera’s bekijkt of uitvoeringen van Wagners werken in een operahuis bijwoont – krijgt daar zoveel wereld-buiten-de-wereld voor terug dat hij of zij zijn of haar geluk niet op kan.

 Als gezegd, hoe tenenkrommend vulgair en soms zelfs ronduit walgelijk Beckands presentatie van het fenomeen Richard Wagner ook moge zijn, hij doet het wel en uiteindelijk siert hem dat. Beckand brengt een man, een kunstenaar onder de aandacht die, hoe controversieel de persoon ook overkwam en overkomt, die belangstelling ten volle verdient. Als er slechts één jonger iemand, laten we zeggen een zeventienjarige, door deze serie televisie-uitzendingen verleid zou worden om tot een meer dan vluchtige omgang met de muziek (en misschien ook het leven) van Richard Wagner te komen, dan zou ik de serie, ongeacht de ongetwijfeld lage kijkcijfers, al als geslaagd beschouwen. En voor dat laatste zijn er de Wagnerianen. Dat zullen er niet genoeg zijn om de kijkcijfers naar grote hoogten te stuwen en dat moet ook AVRO/Tros van te voren geweten hebben, maar in spijt van Tijl kijken de Wagnerianen vanzelfsprekend wel en ik weet zeker dat zij net als ik en opnieuw in weerwil van Beckand genoten hebben van de (wat minder bekende) muziekfragmenten, van de vraaggesprekken met bijvoorbeeld sopraan Eva Maria Westbroek, dirigent Karina Canellakis en allerlei muzikanten die iets met Wagner hebben, en de beelden van de oorden waar Richard Wagner zich opgehouden heeft. En daarmee ontstijgt de serie toch net de platheid van Beckandland.

© 2024 Leo van der Sterren

dinsdag 9 april 2024

De oude schoenen













© 2024 Leo van der Sterren

maandag 19 februari 2024

Sisyphus

In zijn essay ‘Ik wil Jeroen Mettes aan het werk zien (maar het lukt me niet)’ schrijft Tonnus Oosterhoff: ‘Mij heeft flarf altijd tegengestaan, net als de collagetechniek cadavre exquis van de surrealisten.’ Ik ben het hartgrondig met Oosterhoff eens. Evenmin kan ik instemmen met het fundament ‘first thought, best thought’ waarop de beat poets hun teksten grondvestten. De eerste gedachte is niet per definitie de beste gedachte. Integendeel, de eerste gedachte blijkt soms de veruit slechtste gedachte. Ik heb beroerde ervaringen met het prijsgeven aan de openbaarheid van teksten die niet ‘ten minste éen jaar kelder’ hebben gehad. In alle gevallen (maar dat zijn er niet veel – ik heb er snel lering uit getrokken) joegen die teksten mij naderhand het schaamrood over de kaken, en wel zo dat ik wenste door drijfzand te worden opgezogen en te verdwijnen.

De surrealisten hielden zich trouwens ook lang niet altijd aan de principes van de ‘toevallige ontmoeting’ en een grondige exploratie van het onderbewustzijn alsmede de niet geredigeerde weergave van de resultaten van die procedés. Ik denk dat de meeste teksten van de surrealisten wel degelijk gereviseerd zijn, en vervolgens min of meer bewerkt. ‘Nadja’ van André Breton bijvoorbeeld is een coherent, goed leesbaar boek (‘Hebdomeros’ van Giorgio de Chirico daarentegen weer niet – maar dat is er dan ook in een maand of zo uitgestampt).

Voor hem of haar die literatuur schrijft, waarbij vorm en stijl dus ook van belang zijn, eindigt het werk in principe nooit. Voor het door de schrijver geproduceerde bestaan er altijd alternatieven die hij of zij over het hoofd heeft gezien, omdat je nu eenmaal niet alles kunt overzien. Een aantal van die gemiste varianten zal beter zijn, soms zelfs veel beter. Schrijvers die dat beseffen, stellen het moment van openbaarmaking van hun geschriften het liefst zo lang mogelijk uit – ze kunnen immers elk moment nog een briljante inval krijgen. Maar op een gegeven moment moeten ook zij er een punt achter zetten en afstand doen van hun creatie.

© 2024 Leo van der Sterren

 

dinsdag 16 januari 2024

De leeslijst van 2023

 1.  Rob Hartmans, ‘T.S. Eliot. De vele gezichten van een conservatieve modernist’. Amsterdam, 2022.
 
2. Andrea Wulf, ‘Rebelse genieën. De eerste romantici en de uitvinding van het ik’. Amsterdam/Antwerpen, 2022.
 
3. Carlos Ruiz Zafón, ‘De nevelprins’. Utrecht, 2010. Poeh! Niks aan.
 
4. Huub Mous, ‘Modernisme in Lourdes. Gerard Reve en de secularisering’. Soesterberg, 2014. Ik ben tot bladzijde 177 gekomen. Ik heb bijna niets van dit boek begrepen terwijl het volgens mij toch niet zo moeilijk was. Ik geef de auteur het voordeel van de twijfel en houd het er op dat het aan mij ligt.
 
5. Uwe Wittstock, ‘Februari 1933. De winter van de literatuur’. Amsterdam, 2022.
 
6. Emir Suljagić, ‘Een landkaart van het verdwijnen. Terug naar Srebrenica’. Amsterdam, Antwerpen, 2022.
 
7. Ali Smith, ‘Herfst’. Amsterdam, 2021 [2018]. De Mozart onder de contemporaine Engelse romanciers, met haar perfecte beheersing van licht en donker.
 
8. Wilfrid Lupano & Léonard Chemineau, ‘De boekenezel van Córdoba’. Antwerpen, 2022.
 
9. J.R.R. Tolkien, ‘In de ban van de ring’. Amsterdam, 2011.
 
10. Ali Smith, ‘Winter’. Amsterdam, 2021 [2018].
 
11. Ali Smith, ‘Lente’. Amsterdam, 2021 [2019].
 
12. Robert D. Kaplan, ‘De Adriatische Zee. Een geopolitieke reis door Zuidooost-Europa’. Amsterdam, 2022.
 
13. Ali Smith, ‘Zomer’. Amsterdam, 2021 [2020].  Het seizoen-vierluik van Ali Smith uitgelezen en erdoor overrompeld.
 
14. Cormac McCarthy, ‘Meridiaan van bloed’. Amsterdam, 2022 [1997]. Opnieuw overrompeld. Ali Smith en Cormac McCarthy: Wat lezen betreft kan het jaar al niet meer stuk!
 
15. Florian Jacobs, ‘Blijven is nergens. Het Europa van Rilke’. Amsterdam, 2022.  Schitterend boek. Maar ik vind het moeilijk om Rilke te kunnen waarderen, als dichter en als mens.
 
16. Dante Alighieri, ‘Het Nieuwe Leven’. Amsterdam, 1919.
 
17. Dante Alighieri, ‘Vita Nuova’. Oxford, 2008 [1992].
 
18. Jean Rhys, ‘De wijde Sargassozee’. Amsterdam, 2020.
 
19. Sandra Langereis, ‘Erasmus. Dwarsdenker. Een biografie’. Amsterdam, 2021. Ik heb dit boek verslonden. Zoveelste capitulatie van dit nog maar net begonnen jaar.
 
20. Sandra Langereis, ‘Erasmus’ Lof der zotheid’. Amsterdam, 2022. De korte ‘Lof’ uit 1511, herverteld door Langereis.
 
21. Erasmus, ‘Lof der zotheid’. Utrecht, Antwerpen, 1985 [1969]. De lange, of in elk geval langere ‘Lof’.
 
22. Annie Ernaux, ‘De jonge man’. Amsterdam, Antwerpen, 2023.
 
23. Tom Rooduijn, ‘Revelaties. Gerard Reve over zijn Werk & Leven’. Schoorl, 2002.
 
24. Theodor Holman, ‘Gerardje. Notities van een Reve-liefhebber’. Amsterdam, 2009.
 
25. Lize Spit, ‘De eerlijke vinder’. Amsterdam, 2023.
 
26. Martin Michael Driessen, ‘Het paard van Saulus’. Haarlem, 2023.
 
27. Thomas Rosenboom, ‘De rode loper’. Amsterdam, Antwerpen, 2012. Het is niet te bevatten dat dit flutboek is geproduceerd door de persoon die ‘Gewassen vlees’ en ‘Publieke werken’ heeft geschreven.
 
28. Martin Michael Driessen, ‘Thaon-les-Vosges’. Haarlem, 2020.
 
29. Quentin Tarantino, ‘Once Upon a Time in Hollywood’. Amsterdam, 2021. Afgezien van het slot volgt het boek de film, maar het bevat bovendien prachtige uitweidingen. Aanrader voor elke liefhebber van de films van Quentin Tarantino, vooral als je ‘Once Upon a Time in Hollywood’ zijn op een na beste vindt.
 
30. Martin Michael Driessen, ‘Dover’. Haarlem, 2020.
 
31. Martin Michael Driessen, ‘Linderhof’. Haarlem, 2020.
 
32. Martin Michael Driessen, ‘Pierre Condé: De duiven van Bailleul’. Haarlem, 2023.
 
33. Debra Tate, ‘Sharon Tate Recollection’. Philadelphia, London, 2014.
 
34. Amazing Ameziane, ‘Quentin over Tarantino’. Haarlem, 2023.
 
35. Marcia Luyten, ‘Het geluk van Limburg’. Amsterdam, 2023 [2015]. Ook al ben ik zelf een Limburger, veel van wat Marcia Luyten in haar prachtige boek optekent, wist ik niet.
 
36. Adania Shibli, ‘een klein detail’. Opnieuw een openbaring. Beklemmend maar meesterlijk.
 
37. Thomas Heerma van Voss, ‘Omwegen. Een wandeling’. Amsterdam, 2023.
 
38. Annelies Verbeke, ‘Koude soep. Een wandeling’. Amsterdam, 2023.
 
39. Jip van den Toorn, ‘Crisis’. Amsterdam, 2022.
 
40. Katherine Mansfield, ‘Gelukzalig’. Amsterdam, 1985.
 
41. P. Craig Russell, ‘Richard Wagners Der Ring des Nibelungen’. Ludwigsburg, 2023. De getekende versie van Wagners grote operacyclus. De weergave is traditioneel, dus met vroegmiddeleeuwse borstharnassen en berenvellen.
 
42. Pascal Mercier, ‘Nachttrein naar Lissabon’. Amsterdam, 2009 [2006].
 
43. Jeff Guinn, ‘Manson. The Life and Times of Charles Manson’. New York, 2013. Vlot geschreven boek over deze, voor de criminaliteit in de wieg gelegde, maar tot een soort goeroe uitgroeiende babbelaar. Fascinerende beschrijving ook van het Amerika van na de Tweede Wereldoorlog.
 
44. Julia Schoch, ‘Das Liebespaar des Jahrhunderts’. München, 2023.
 
45. Robert Loesberg, ‘Enige defecten’. Amsterdam, 2012 [1974].
 
46. Mensje van Keulen, ‘Moeder en pen. Dagboek 1979 – 1983’. Amsterdam, 2023.
 
47. Mensje van Keulen, ‘Liefde heeft geen hersens’. Amsterdam, 2012.
 
48. Katherine Mansfield, ‘In een Duits pension’. Tricht, 1988.
 
49. Rosemary Lord, ‘Los Angeles Then and Now’. London, 2018.
 
50. Wangechi Mutu, ‘Intertwined’. London, New York, 2023.
 
51. Antonio Scurati, ‘M. De laatste dag van Europa’. Amsterdam, 2023. In het laatste deel van diens trilogie over Mussolini beschrijft Scurati hoe Hitler de wereld in de oorlog stort en hoe Mussolini en Italië voortdurend heen en weer bewogen tussen bravoure, twijfel en schok achter de niets ontziende Teutoon aan hobbelen en toch ook maar voor de oorlog – aan Duitslands zijde – kiezen. Tot mijn spijt moest ik echter vaststellen dat de audiëntie van Ezra Pound bij de Italiaanse dictator in januari 1933 geen plaats heeft gekregen in de trilogie. Wat mij betreft een gemiste kans.
 
52. Sebastian Barry, ‘De verre voortijd’. Amsterdam, 2023. Een indrukwekkend, aangrijpend boek!
 
53. Robert Loesberg, ‘Een eigen auto’. Amsterdam, 1977.
 
54. Ry Cooder, ‘Los Angeles Stories’. San Francisco, 2011. Schitterend boek dat naadloos aansluit bij Cooders muzikale tour de force ‘Chávez ravine’.
 
55. Bart van Loo, ‘Mijn Frankrijk. Literatuur, cuisine, erotiek en chanson’. Amsterdam, 2022. Ik kwam er niet doorheen, door deze oninteresante pil. Na een kleine honderd bladzijdes afgehaakt.
 
56. Nico Rost, ‘Weerzien met Waterloo’. In: ‘De Nieuwe Stem. Jaargang 13’. Arnhem, 1958.
 
57. Bart van Loo, ‘Napoleon. De schaduw van de revolutie’. Antwerpen, Amsterdam, 2014.
 
58. Nicolien Mizee, ‘Dwaalgast. Een wandeling’. Amsterdam, 2023.
 
59. Inge Schilperoord, ‘Windstilte. Een wandeling’. Amsterdam, 2023.
 
60. Ilja Leonard Pfeijffer, ‘Alkibiades’. Amsterdam, 2023.
 
61. R. A. Cornets de Groot, ‘Labirinteek’. Den Haag, 1968.
 
62. Kevin Courrier, ‘Trout Mask Replica’. New York, London, 2007. Boekje in de ’33 1/3’-reeks over het album ‘Trout Mask Replica’ van Captain Beefheart & His Magic Band’ uit 1969, voor mij een van de beste geluidsdocumenten ooit gemaakt.
 
63. José René Cruz, ‘Francisco de Goya’s engravings’. 2021.
 
64. Jacques Presser, ‘Napoleon. Historie en legende’. Amsterdam, 1978 [1946]. Een verpletterende studie. Presser laat van Bonaparte geen spaan heel. Hij verbrijzelt de legende en het beeld dat dan overblijft en beklijft is dat van een gewetenloze, niets ontziende mensenslachter. Maar ook van een man van wie verwacht wordt dat hij weet wat hij doet. En dat weet hij vaak juist niet. En dus doet hij maar wat hem goed dunkt. Dit boek heeft me genoopt om mijn visie op de keizerlijke korporaal bij te stellen. Ik plaats hem nu in de directe omgeving van die andere mensverslinders, Hitler, Stalin en Mao, en wel op plaats nummer vier.
 
65. Jacques Presser, ‘De nacht der Girondijnen’. Amsterdam, 2018 [1957].
 
66. ‘Broken Arrow. Neil Young appreciation society. Issue 96. November 2004’. Fyfe (Scotland), 2004.  Dit nummer van Broken Arrow staat in het teken van de niet al te plezierige stadiontournee die Neil Young van januari tot maart 1973 afwerkte en wordt goeddeels gevuld door Pete Longs reconstructie van deze monsteronderneming. De tournee van het eerste kwartaal van 1973 staat al van voor het begin onder een slecht gesternte. In de aanloop naar de tournee, gedurende de repetities, had Neil Young zijn vriend Danny Whitten, gitarist en zanger van Crazy Horse, weg moeten sturen omdat die niet kon functioneren als gevolg van diens verslaving aan heroïne. Nog op de dag dat Young Whitten naar huis had gestuurd, overleed Whitten aan een overdosis heroïne. Young was er helemaal kapot van. Ten tweede klaagden leden van de begeleidingsgroep van Young over een slechte salariëring wat uiteindelijk leidde tot de vervanging van Kenny Buttrey door John Barbata. Dan wilde Young per se een aantal liedjes ten gehore brengen, in wat de Harvest-tournee moest zijn (en uiteindelijk ook was), die volstrekt nieuw waren. Er waren muzikaal-technische problemen onder andere met de monitoring van de zang en Youngs Gibson V-gitaar. Ten slotte zal Young, die vanwege zijn geduchtheid voor epileptische aanvallen zich verre hield van drugs, op sommige momenten te diep in het glaasje gevuld met Jose Cuervo gekeken hebben.
 
67. Adam Zamoyski, ‘Napoleon. De man achter de mythe’. Amsterdam, 2018. Dit boek zou je een ouderwets geschiedenisverhaal kunnen noemen en laat, zeker nadat je net Jacques Pressers ‘Napoleon’ hebt gelezen, een gevoel van deceptie achter. Zamoyski dist de feiten op, zowel de grote als de kleine, met overigens weinig aandacht voor krijgsfeiten waarover elders al genoeg is uitgeweid. Zamoyski weet en vertelt soms hoe laat en met wie Bonaparte dineert en dat hij in de nacht na de slag bij Borodino niet kan slapen. Er staan meer van dit soort niet echt ter zake doende details in dit boek (hoe laat ‘s avonds hij thuis in Parijs aankwam na het Russische debacle en zijn desertie van zijn Grote Leger). Maar de door de mythologie rondom hem onzichtbaar geworden ‘echte’ Bonaparte, die is al veel eerder en veel beter beschreven, net als de totstandkoming en werking van dat immense weefsel van mythes. Dat gebeurde onder andere door de voornoemde Presser, maar zelfs de auteur van het rijkelijk geïllustreerde (niet voor niets uitgegeven door De Geïllustreerde Pers) boekwerkje in de reeks ‘De groten van alle tijden’ over Bonaparte uit 1968 [1965] rept van ‘een  legende, waaraan hij in zijn twintigjarige carrière bewust had gebouwd’.
 
68. Renate Dorrestein, ‘Pas goed op jezelf’. Vianen, Antwerpen, 2011.
 
69. Renate Dorrestein, ‘Heiligenlevens en bananenpitten’. Naarden, 2009.
 
70. Martin Walser, ‘Dood van een criticus’. Breda, 2003. Wat een gedrocht, dit boek.
 
71. Thomas Gray, ‘Treurzang geschreven op een dorpskerkhof’. Amsterdam, 2016.
 
72. Olga Tokarczuk, ‘Jaag je ploeg over de botten van de doden’. Amsterdam, 2020.
 
73. Ia Genberg, ‘De details’. Amsterdam, 2023.
 
74. René van Stipriaan, ‘Het reisboek van Willem van Oranje’. Amsterdam, 2023.
 
75. William Blake, ‘Verzen van Onschuld en van Ervaring’. Amsterdam, 2016.
 
76. William Blake, ‘Het Huwelijk van Hemel en Hel’. Utrecht, 2001.
 
77. Alexander Pope, ‘The Rape of the Lock’. Oxford, 2007.
 
78. Harry G. M. Prick, ‘Een andere Boudewijn Büch’. Soesterberg, 2006 [2005].  Vermoeiend. Moe makend. Gapen.
 
79. Maurice Gilliams, ‘Een bezoek aan het prinsengraf. Essay over de dichter Paul van Ostaijen 1951 – [1975]’. In ‘Vita brevis III’. Brugge, 1977.
 
80. Babs Gons, ‘doe het toch maar’. Amsterdam, Antwerpen, 2023 [2021].
 
81. Adam Zamoyski, ‘1812. Napoleons fatale veldtocht naar Moskou’. Amsterdam, 2008 [2005].
 
82. George Steiner, ‘Waarom denken treurig maakt. Tien (mogelijke) redenen’. Kampen, 2009.
 
83. Nele Pollatschek, ‘Kleine Probleme’. Berlin, 2023.
 
84. Stefan Hertmans, ‘George Steiner: Terug naar de teksten. Maar hoe?’. In: De Gids. Jaargang 154 (1991). Nummer 3.
 
85. Umberto Eco en Milo Manara, ‘De naam van de roos’. Amsterdam, 2023.
 
86. Bette Westera & Sylvia Weve, ‘Zo voelt dat’. Haarlem, 2023.
 
87. Nele Pollatschek, ‘Dear Oxbridge. Liebesbrief an England’. Berlin, 2021 [2020].
 
88. Annie Ernaux, ‘De schaamte’. Amsterdam, 2022 [1998].
 
89. Max de Jong, ‘Heet van de naald en andere gedichten’. Amsterdam, 2014.
 
90. Rashid Khalidi, ‘De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet’. Amsterdam, 2023. Helaas zeer actueel. Onthullend en onthutsend.
 
91. Milo Manara, ‘Gullivera’. Los Angeles, 2016.
 
92. Edward Brooke-Hitching, ‘The Devil’s Atlas. An explorer’s Guide to Heavens, Hells and Afterworlds’. London, 2021.
 
93. Otto Waalkes, ‘Ganz große Kunst. 75 Meisterwärke’. München, 2023.
 
94. Elin Cullhed, ‘Euforie. Een roman over Sylvia Plath’. Amsterdam, 2022.
 
95. Edward Brooke-Hitching, ‘The Madman’s Library. The Strangest Books, Manuscripts and Other Literary Curiosities from History’. San Francisco, 2020.
 
96. Ted Hughes, Verjaardagsbrieven. Birthday Letters’. Amsterdam, 1998.
 
97. Erica Wagner, ‘Ariel’s Gift. Ted Hughes, Sylvia Plath and the story of Birthday Letters’. London, 2000.
 
98. Janet Malcolm, ‘The Silent Woman. Sylvia Plath & Ted Hughes’. London, 2020 [1993].
 
99. Keith Sagar, ‘The Laughter of Foxes. A Study of Ted Hughes’. Liverpool, 2000.
 
100. Frank van Dijl, ‘”Misschien maak ik het mezelf veel te moeilijk”. Over Brief uit het verleden en Brief door tranen uitgewist van Gerard Kornelis van het Reve’. Leiden, 2023.
 
101. Rainer Maria Rilke, ‘Brieven aan een jonge dichter’. Amsterdam, 2021 [1985].
 
102. Hanan Faour, ‘schervenstad’. Amsterdam, 2022. Indrukwekkend boek.
 
103. Ronen Bergman, ‘Rise and Kill First. The Secret History of Israel’s Targeted Assasinations’. London, 2018. Toen ik met lezen begon, dacht ik: dit is weer een van die ellenlange, en daardoor saaie enumeraties van dingen die zich in het verleden hebben voorgedaan. En zo’n opsomming is het ook. Alleen weet Bergman de lezer met verbluffend gemak en met een aanstekelijke bezieldheid door dat feitenrelaas mee te slepen – een feitenrelaas dat overigens onthutst en opnieuw, helaas, weer aansluit bij de actualiteit van na 7 oktober 2023. Wat ik me trouwens op en na 7 oktober telkens weer heb afgevraagd is hoe het mogelijk is dat de diverse Israëlische inlichtingendiensten geen kennis hebben gehad van het op handen zijnde offensief van Hamas. De lezing van dit boek heeft mijn verbijstering daarover alleen maar bevestigd en vergroot, en wel zodanig dat ik moet concluderen dat het niet kan. Ps.: En dat het ook niet het geval was, is gebleken. Maar de Israëlische inlichtingendiensten geloofden gewoon niet wat ze vernomen hadden.
 
104. Jean Daive, ‘Devant l’Amstel’. Marseille, 2023. Met dank aan Johan Velter te Gent.
 
105. Martin Heidegger, ‘De oorsprong van het kunstwerk’. Amsterdam, 2009.
 
106. Fabrice Moireau & Carl Norac, ‘Toits de Paris’. Paris, 2017.
 
107. Bob Polak, ‘Bij het gedicht “Heet van de naald” van Max de Jong’. Leiden, 2022.
 
108. Edward Brooke-Hitching, ‘The Phantom Atlas. The Greatest Myths, Lies and Blunders on Maps’. London, 2018.
 
109. Jan Siebelink, ‘Brengschuld’. Amsterdam, 2022.
 
110. De Parelduiker. Jaargang 28, 2023. Nummer 5.
 
111. Barbara Stok, ‘Vincent’. Amsterdam, 2022 [2012].
 
112. Jacqueline Rose, ‘The Haunting of Sylvia Plath’. London, 2014 [1991].
 
© 2023 Leo van der Sterren

zaterdag 23 september 2023

Identiteit

Hoe breng jij onder woorden wat het is,
dit Venray waar jij woont of niet meer woont,
maar lang of kort geleden jij wellicht
verwekt, geboren of getogen bent,
zodat er door jouw wezen toch die zweem
van het besef zweeft van een navelstreng?
 
Welk antwoord geef je als men informeert
naar Venray? Het is stad noch dorp. Te groot
voor windselen, te klein voor Wippenstein.
Plaats of gemeente in Noord-Limburg dan?
Dat klinkt niet sexy, sterker nog, je maakt
daarmee wellicht de slaapster Saaiheid wakker.
 
Iets anders dan. Dit Venray is, al valt
er ook geen dier met die benaming te
bekennen, varkensland. Of kippenland,
maar los van drie, vier hoenders voor de sier
blijft al dat pluimvee potdicht opgehokt.
Het Venrays vee, gevangen achter baksteen.
 
Dit Roojse Babel van na god z’n staatsgreep:
de talen die je naast het Venrays hoort,
meer polyglot, dat maak je amper mee.
Daartegen wordt gefulmineerd op forums.
Ik zeg: deze gemeenschap hebben wij,
vies van de vuile werkjes, zelf gevormd.
 
Gemeente Venray, vol van kerkgebouwen
en die ook pedofobe kloosters ooit.
Hoe heilig en hoe veilig was die wereld
waarin de braafste braafheid overheerste
en lelieblankheid nog de norm uitmaakte.
Dat o zo megamooie roomse Rooj.
 
Er waren en er zijn in deze plaats
die diensten van de geestelijke zorg
waar met fatsoenlijkste bedoelingen
de therapie soms onfatsoenlijk was.
Wij tasten veel te vaak wat in het duister
en soms wordt het verkeerde aangeraakt.
 
Moerassen liggen er bij Venray waar
geen mens van weet: de Spurkt en Weverslo.
Luchtgeesten vegeteren daar. Zij heten
Muvero, Xerox, Jako en Inalfa.
Onthutst ontwaren zij wat er ontspruit:
de blokkendozen van de logistiek.
 
Op zo’n lokale samenleving drukt,
tot slot, de politiek een zware stempel.
Hier zwerft nog steeds dat zwerend erfgoed
dat paapse volksregenten achterlieten,
met bleek, loon naar fracturen en parolen,
met staar en stomheid makende magie
 
Nu heb ik over Venray veel verteld,
maar werd jij wijzer ook? En triester ook
wellicht? Voldeed de informatie die
ik met je deelde? Weet jij wat jouw lezing is
als men naar Venray vraagt? Ben jij in staat
dat specifiek Venrayse bloot te leggen?
 
Waarschijnlijk niet. Waarschijnlijk giechelt Venray
wat om dat bloot, maar houdt de kleren aan
en sta jij stuntelig te stamelen.
En da’s niet vreemd: dat waar men jou naar vroeg
is als gebakken lucht, als kwik of paling.
Het is slechts woordgebleven werk’lijkheid.
 
 © 2023 Leo van der Sterren
 

zaterdag 26 augustus 2023

Toch bedrijven op Spurkt

 Het zit in onze genen: wij verkrampen
wanneer het woordje ‘krimp’ valt, schieten in
de stress, hebben verschijningen van rampen
als meer opeens te minderen begint.
 
Deze dwangmatigheid gaat ons ten slotte
de aarde kosten en dat weten wij
maar al te goed. Toch moeten wij oppotten.
Wij, mensen, zijn veel maar verre van vrij.
 
De politiek in Venray vindt het tijd
een nieuw gebied voor arbeid in te richten
en is voor dit vooruitgangsdoel bereid
een stuk natuur wreed te gronde te richten.
Dus hoedt je, Spurkter spitsmuis, hert en haas,
voor weer zo’n plan van de humane dwaas. 

© 2023 Leo van der Sterren

vrijdag 17 maart 2023

Eén zwaluw…

De gemeente waar ik woon, Venray in Noord-Limburg, telt ruim 44.000 inwoners. De varkensveehouders in de gemeente Venray huisvesten bijna 600.000 varkens. En er zijn rond de 4.000.000 kippen. Maar je ziet niet één varken, zelfs niet als je, zoals ik, veel loopt en ook in de zogenaamde buitengebieden komt. En afgezien van wat scharrelpluimvee zijn al die kippen onzichtbaar.

Het enige wat er ontwaren valt dat zijn die agglomeraten van soms enorme stallen – die binnen tien kilometer van ten minste één Natura 2000 gebied liggen (de Boschhuizerbergen – maar er liggen ook grote veebedrijven bij de Deurnsche Peel en de Mariapeel, niet alleen aan de Limburgse, maar ook aan de Brabantse kant).

De laatste dagen viel me al lopend op dat vanaf donderdag veel eigenaren en huurders van panden waar de Nederlandse vlag ondersteboven had gehangen, die vlaggen hetzij verwijderd hetzij op de juiste manier opgehangen hadden.

Zijn dan nu alle problemen waar Nederland mee kampt, opgelost?

Hoe onzichtbaar ook, die varkens en kippen zijn niet weg. En het kabinet zit ook nog gewoon op het pluche. Hoeveel brevetten van onvermogen dit en voorgaande kabinetten de laatste decennia ook vergaard hebben – ik kan me niet herinneren dat er, eigenlijk sinds Rutte zich premier van Nederland mag noemen, zo veel dossiers tegelijkertijd zo voortwoekeren zonder dat een definitieve oplossing ook maar in het verschiet ligt – het huidige kabinet bezit nog de op democratische wijze verworven machtiging om tot 2025 te mogen regeren. Rutte kennende, die almaar meer de indruk wekt dat hij op de macht belust is omwille van de macht,  zal hij zich op die formaliteit beroepen om dat mandaat te verdedigen. Daartoe heeft hij trouwens ook het volste recht. Maar toch,  er is een moment denkbaar dat er een einde dient te komen aan houdbaarheid op basis van formaliteit.

© 2023 Leo van der Sterren