zaterdag 1 mei 2010

Objectivering














Gedichten rijpen. Gedichten groeien, komen tot wasdom. Poëzie wordt beter naarmate zij langer ligt. Maar het omgekeerde kan ook. Gedichten kunnen verwelken. Van gedichten kan de toverachtige glans afbladderen. Een poëtisch werk kan slechter worden naarmate zijn leeftijd stijgt. En die veranderingen doen zich vaak voor zonder dat de dichter de gedichten onder ogen heeft. Voortbrengselen van dichterlijke aard dragen de kenmerken in zich van organismen die in een permanente staat van mutatie of zelfs transformatie verkeren. Gedichten veranderen terwijl zij in een lade liggen of in een portefeuille of in de folder op een harde schijf zitten. Dat maakt het magische van die dingen uit.

Op het moment dat de dichter de laatste hand aan het poëtisch gewrocht legt, weet hij het zeker: dit zijn het beste verzen die hij ooit geschreven heeft. Maar vrouwe Euphoria gedraagt zich als een doorgewinterde flessentrekker. Zonder genade bedriegt en verraadt dat gemene loeder de door warme gevoelens overmande, argeloze poëet. Wanneer die het gedicht drie dagen of weken later herleest, overvalt hem een diepe desillusie. Zo geweldig doet dit gedicht niet aan. En het behoort zeker niet tot de beste gedichten die hij gemaakt heeft. Integendeel zelfs! Ontgoocheld doet de dichter het gedicht weer weg, terug naar waar hij het had opgeborgen.

Vier weken of vier kwartalen nadien diept de dichter zijn gedicht opnieuw uit de archieven op. Zonder een spoor van de emotie die hem begeleidde tijdens de compositie ervan of die hem terneer sloeg toen hij er naderhand weer mee geconfronteerd werd, bekijkt hij het product dat hem zoveel, achteraf gezien valse vreugde heeft bezorgd. Hij bestudeert het, denkt na, hij wikt en weegt. Hij velt oordelen en voert vonnissen uit. Hij brengt enkele veranderingen aan. Een ‘de’ wordt ‘die’. Hij vervangt een ‘doordat’ door een ‘totdat’. Een rijmwoord, ‘vervliedt’, verandert hij in ‘verschiet’. Zo, nu komt het gedicht een stuk beter over. Hij stopt het gedicht terug in de map of in het kabinet. Daar ligt het goed. Nu kan het opnieuw rijpen en groeien. Drie dagen of weken daarna herhaalt hij die exercitie. Nu schrapt hij een complete regel. Hij zoekt net zolang tot hij een alternatieve regel heeft gevonden. En ‘tovenaar’ verandert hij in ‘magiër’; dat laatste woord geeft meer spanning en allitereert bovendien met ‘mens’ en ‘moord’ en ‘massa’. En aan het einde van de zevende regel ontbreekt een punt. Dat hij dat niet eerder heeft gezien! Een heuse fout! Hij verandert ‘die’ terug in ‘de’. Ja, de kwaliteit neemt toe. Hij bergt het gedicht weer op en wacht geduldig af.

Er doen zich nog diverse gelegenheden voor dat de dichter aan het gedicht prutst. Passiviteit en activiteit wisselen elkaar af. En dan breekt het ogenblik aan om te zeggen dat het poëtische artefact genoeg kwaliteit bezit om het in de grote boze buitenwereld los te laten. Maar zelfs als die mijlpaal gepasseerd is, als het gedicht gepubliceerd is, blijft het niet gevrijwaard van revisies. Ook na publicatie kan de dichter er nog aan priegelen. Tot in het oneindige, zo lijkt het.

Vanzelfsprekend is het niet het gedicht dat veranderd is terwijl het in portefeuille zat. Het is de dichter die veranderingen ondergaan heeft en die het gedicht bovendien met minder of andere emoties benadert dan op het moment dat hij de eerste versie afrondde. Hij heeft afstand genomen van zijn geesteskind en herziet het nu met een nuchtere en rationele blik. Hij verwijdert de al te subjectieve bestanddelen die het gevolg zijn van de roes van de eerste zitting, uit het gedicht. Hij vervangt die onderdelen die in het vuur van het moment dwingend hun plaats opeisten maar die nu juist volkomen misplaatst overkomen door elementen die meer rechten hebben om in het gedicht te staan. De dichter objectiveert het gedicht als het ware. Dat kan hij alleen maar doen door juist lang niets te doen. Paul van Ostaijen schreef het in de twintiger jaren van de vorige eeuw al. ‘Een gedicht moet minstens éen jaar kelder hebben.’

© 2010 Leo van der Sterren

Geen opmerkingen:

Een reactie posten