donderdag 8 september 2022

Overmensen

De afgrond, bodemloos, onoverbrugbaar
je vliegt er overheen. De woeste vloed,
niet te begaan, maar onderaardse gangen
ontkrachten de impasse. Jij verschaft
je brood, wijn en juwelen. Daarvoor werk
je elke dag, staand bij de kantelen.
Je prikt door misten, worstelt flink je door
struwelen die als ondoordringbaar gelden.
Het zijn – en dit is het banale zijn –
is doorgaan om het doorgaan, voortgaan om
het voortgaan, ook al riekt en grient de aarde,
een ziek, versleten paard met slechts twee benen,
een voor, een achter, en verwelkte ogen.
 
Dat paard van Nietzsche en dan dat van Hohl.
 
Jim Morrison: onze muziek is vaak,
geloof ik, duister en naargeestig, over
iemand die zich niet thuis voelt, iemand die
niet helemaal op zijn gemak is, die
onzeker over alles is. Ik wil
dat wij een stuk muziek ooit componeren
dat over echt op je gemak zijn gaat,
dat pure, ongebonden vreugde uitdrukt.
 
Het duurde even voor bij Aragon
de schellen van de ogen vielen en
het kwartje ging dat bij ‘Pierre, ce sont
des hitlériens’ in de gleuf al stak.
Uit, vuige dril. Waar is je luister nu?
 
Ik, meningloos en onideologisch,
ik baan mezelf een weg door oude wouden
van steen, staal en beton, door grijs en grauw.
Maar wee, als me het vuur gelegd wordt aan
de schenen, als een maniak of monster
met dreiging van geweld mij een opinie
of visie opdringt, dan verloochen ik
die iele blindedarm van waardigheid,
dan buig ik als een knipmes en begin
als een zeloot met vlaggen te jongleren
totdat het zweet me om de oren zwiept.
 
Sinds wij bestaan, wij mensen, doen we er
niet toe, maar we beseffen dit gegeven
pas relatief recent, op het moment
dat plots we onze goden gingen doden.

© 2022 Leo van der Sterren
  

maandag 5 september 2022

Twist

In ‘What We See When We Read’ toont Peter Mendelsund (ja, met beelden) wat we zouden kunnen zien wanneer we de eerste woorden van ‘Ulysses’ van James Joyce lezen: ‘Stateley, plump Buck Mulligan…’

Bij ‘stateley’ laat hij een plaatje van een kroon zien, bij ‘Buck’ de afbeelding van een hertenbok en de naam ‘Mulligan’ riep bij hem de saxofonist Gerry Mulligan en de actrice Carey Mulligan op, hoewel zowel Gerry als Carey op het moment van publicatie van ‘Ulysses’ het levenslicht nog niet aanschouwd had – en Carey zelfs nog lang niet.

Ik weet niet wat of waaraan ik dacht toen ik als twintigjarige de eerste vier woorden van ‘Ulysses’ las, maar ik zal zeker niet gedacht hebben aan de fenomenen die Mendelsund opsomt.

Maar ik heb wel een ervaring gehad die lijkt op wat Mendelsund beschrijft – en hij suggereert dat het lezen van een tekst beelden voor het geestesoog kan toveren die eigenlijk onmogelijk met de tekst kunnen corresponderen (maar is het erg dat zoiets zich voordoet? – ik denk dat het soms verstorend kan werken of de lezer op het verkeerde been zet, maar dat het vaak niet uitmaakt en soms zelfs een verrijking oplevert).

Het gaat om een volstrekt onbelangrijke ervaring die ik me desondanks nog goed kan herinneren. Toen ik als zestienjarige voor het eerst de gedichtenbundel ‘Music Hall’ las, twijfelde ik serieus of Van Ostaijen met het woord ‘twist’ in de titel ‘Twist met Grete’ doelde op een ruzie of op de heupdraaidans die zo’n vijftig jaar na de publicatie van ‘Music Hall’ furore zou maken.

© 2022 Leo van der Sterren

zondag 4 september 2022

Verknipt

Minister van Volksvoorlichting en Propaganda in Nazi-Duitsland Joseph Goebbels schrijft op 2 juli 1941 het volgende in zijn dagboek: ‘Es regnet. Es ist kalt geworden. Man muß etwas einheizen. Im Juli. Eine total verrücktgewordene Welt. Aber man muß sich damit abfinden.’ Goebbels herkent de wereld niet meer omdat die zich gek gedraagt, niet omdat Duitsland elf dagen geleden een operatie heeft ingezet die tot de ondergang van het land zou leiden, maar omdat het midden in de zomer regent en koud geworden is en men de kachels moet stoken.

De perverse luchtbel waarin Nazi-Duitsland zich naar binnen had gewurmd, droeg toen al trekken van het groteske en van een nu onvoorstelbare absurditeit.

Dat iets onvoorstelbaar is, wil trouwens niet zeggen dat het zich niet kan voordoen – dingen kunnen heel snel veranderen.

Wat Nazi-Duitsland betreft: het zou nog gekker worden in die luchtbel.

© 2022 Leo van der Sterren

zondag 17 juli 2022

Zwarte Klef

Een piepklein bermpje, vijf bij twee, maar toch
een oceaan van vele groenen met
een soort van archipel van wilde bloemen:
klaprozen, blauwe monnikskap en vlas,
trappistenanjer, ooievarensbek,
de bloemen van het koren en het paard.
Omgeven door dat golvend groen en bont,
maar obstinaat staat er een paal met plaat
door mensenhanden in de grond gehamerd,
met twee volzinnen: ‘S.v.p. niet maaien’
en, dat onroerende beroep glosserend,
de regel ‘Ecologisch bermbeheer’.


© 2022 Leo van der Sterren

vrijdag 8 juli 2022

Victoria Kennefick: 'Superkoning'

Superkoning

Er ligt een lijk op ons bed.
Het is Jezus, neer van het kruis,
het bloed bespatte
zijn verkreukte tors, de doornenkroon
verkreukt de kussensloop en het vlees
van zijn voorhoofd. Ik weet niet waarom
Hij hier is, met dat hart
ontbloot. Zijn ogen
gesloten. Hij is dood,
denk ik. Maar je weet hoe mensen
kunnen zijn, ze zeggen
het ene en voor je het weet
zijn ze weg
en pronken met hun open wonden
terwijl daarachter thuis
de wijven wenen.

Vertaling van 'Super King': Leo van der Sterren

© 2022 Leo van der Sterren

zaterdag 2 juli 2022

Boddenbroek


Ik voelde toen ik Waarlo uit marcheerde,
het veld in dat in bare leegte baadde,
mijn schreden als het ware kleiner worden,
en korter ook, alsof ik ten opzichte
van land en lucht plotsklaps gekrompen was.
Mij overviel een Edvard Munch van angst.
En het besef drong tot me door dat hij
me op de hielen zat en pietsen zou:
die vieze duivel van de horror vacui.    


© 2022 Leo van der Sterren

donderdag 14 april 2022

Het gebaar

Het filmpje duurt niet lang. Kiev, 28 oktober 2004. Van links naar rechts: Leonid Koetsjma, Vladimir Poetin, Viktor Janoekovytsj en Dmitri Medvedev. Strak in het gelid achter een muur staand waar alleen hun, in ogenschijnlijk zware, zwarte mantels gehulde bovenlijven uitsteken. Aldus schrijven de mores van het Kremlin het voor. Met facies waarin gespeelde strakheid wedijvert met stierlijke verveling ondergaan ze een ceremonieel. Ze slaan het een of andere evenement gade; het bijschrift bij het filmpje vermeldt dat het een militaire parade betreft.

 Janoekovytsj, een boom van een kerel, steekt een hand in zijn jaszak en diept er een voorwerpje uit op. Net boven de rand van de muur friemelen zijn vingers aan het dingetje dat verborgen achter de muur blijft. Schielijk stopt hij iets in zijn mond, kennelijk een snoepje dat hij uit een rolletje heeft gehaald. Meteen begint hij ostentatief op de zoetigheid te kauwen.

 Met een zweem van baldadigheid in zijn houding blikt Janoekovytsj naar links en houdt Medvedev het snoeprolletje voor, maar nog steeds zo laag dat de muur het verhult. Medvedev kijkt naar beneden. Overvallen door de onverwachtheid van het gebaar van de voormalige straatvechter, twijfelt hij een moment. Snel zet hij zich daar overheen en verjaagt een stijve spontaniteit de strakheid van zijn gezicht. Zijn lichaamstaal drukt welwillendheid uit. Hij knikt bevestigend, gretig zelfs. Och ja, waarom niet, lijkt hij tegen Janoekovytsj te zeggen. Hij stopt de lekkernij in zijn mond en zegt ‘dank je wel’, misschien wel met ‘vriend’ eraan toegevoegd.

 Terwijl de transactie tussen de twee mannen zich afspeelt, wendt Poetin duidelijk verstoord en wellicht een beetje geërgerd zijn hoofd naar links. Hij moet in de gaten houden wat zijn compagnons die ook altijd zijn rivalen of antagonisten zijn, uitspoken, zoals hij zich dat in de drang om te overleven in slangenkuilen en wespennesten tot zijn tweede natuur heeft gemaakt.  

 Uitnodigend presenteert Janoekovytjs het snoeprolletje nu aan Poetin. Die bestudeert het een seconde en schudt dan met zijn hoofd. ‘Nee, bedankt,’ lijkt hij tegen de massieve Oekraïner te zeggen. Maar ofschoon Poetin zijns ondanks de glimlach niet weet onderdrukken die zijn gezicht twee tellen ontsiert, spreekt zijn toch wat botte weigering onheilspellende boekdelen; achttien jaar later toog hij weer naar Kiev, zij het dit keer niet in eigen persoon.

 © 2022 Leo van der Sterren