woensdag 21 december 2011

20.12.2011

Toen ik op 20.12.2011 ’s ochtends om kwart over zeven op mijn werk kwam, verkende ik als eerste op het internet wat de nieuwsdistributeurs te bieden hadden. Eén nieuwsfeit had een taalkundige achtergrond. Van Dale had het woord ‘tuigdorp’ tot het woord van het jaar 2011 gekozen. De implicaties van dat woord neigen trouwens naar het bedenkelijke. Ik geef toe dat de samenleving naast een grote, grijze massa van brave lieden ook mensen herbergt waarmee het erg moeilijk samenleven is. Ik heb geen idee hoe je dat probleem zou kunnen oplossen. Wat ik wel weet is dat een verbanning van deze mensen naar bepaalde ghetto’s waar niemand ze meer waarneemt, de kwestie zeer zeker niet oplost en uiteindelijk zelfs verergert.

Maar goed, het woord van het jaar dus. De officiële bekendmaking van Van Dale luidde als volgt: ‘tuigdorp (afgelegen locatie die is ingericht als woonoord voor veelplegers e.d., m.n. zo’n locatie met asowoningen).’ Van Dale is van de woordenboeken, ergo van de taal. Je zou dus verwachten dat de Van Dalers het nodige taalbewustzijn bezitten en voldoende zorg besteden aan de publicaties die vanuit dat instituut uitgaan, dat teksten in correct en niet-lelijk Nederlands worden gesteld. Maar aan de mededeling op de website van Van Dale over het woord van het jaar 2011 mankeert wel het een en ander. De volzin die tussen de haakjes staat, is niet alleen afgrijselijk, maar rammelt bovendien zowel grammaticaal als semantisch aan alle kanten. Het is bovendien stilistisch niet al te fraai om twee afkortingen achter elkaar te zetten. En dat terwijl één van die afkortingen apert onjuist wordt aangewend. Want ‘m.n.’ betekent ‘met name’ en als je schrijft ‘met name’, dan moet er ook een naam volgen. Indien er geen naam komt na ‘met name’, dan had er ‘in het bijzonder’ moeten staan. ‘Vele acteurs blonken uit, met name Tyrone Delvin.’ ‘Vele daden verdienden navolging, in het bijzonder de actie om een betere prestatie te leveren.’ Zo is dat en niet anders.

Terug naar 20.12.2011, intussen tegen half acht. Het woord ‘tuigdorp’ bracht bij mij onmiddellijk een visioen teweeg van enkele willekeurig neergekwakte huisjes in een afgelegen uithoek van het land. Snel maakte ik wat aantekeningen die ’s avonds tot een gedicht zouden kristalliseren, een gedicht dat ik hier niet publiceer omdat het nog geen jaar kelder heeft gehad. Ik situeerde mijn poëtische negorij ten behoeve van de quarantaine van uitschot in…Groningen. Waarom Groningen? Waarom niet Wassenaar? Waarom niet de oostelijke hellingen van de heuvels in het zuiden van Limburg of de leegtes van Zeeuws-Vlaanderen? Waarom niet Broek in Waterland? Waarom niet Het Gooi? Misschien speelde de propagandafrase ‘er gaat niets boven Groningen’ in mijn onderbewustzijn. Groningen als het Ultima Thule van Nederland. De brave Groningers mogen mij ervoor afstraffen maar dat doet niets af aan het feit dat ik de geografische protagonist van mijn literaire product als vanzelf in een Groningse uithoek localiseerde. Ik kan het ook niet helpen.

Bij het journaal van tien uur op die ochtend meldde de nieuwslezeres Carmen Verheul dat de P.C. Hooft-prijs was toegekend aan de dichter Tonnus Oosterhoff, bourgeois-dichter die vergeefs op aarde verblijft en voor niets leeft en naar wiens gemompel niemand luistert, zoals dat voor alle dichters geldt.

Op de avond van de twintigste december vertoonde het nieuws- en actualiteitenprogramma Nieuwsuur een kort item over de kersverse laureaat. Een cameraploeg had de dichter, die zich duidelijk geen raad wist met wat in zijn ogen een te veel aan aandacht was, opgezocht in zijn woonplaats Klein Ulsda, een buurtschap in Noordoost-Groningen. Tijdens een shot uit de reportage dwaalde de camera als per ongeluk af naar een venster en toonde, in de leegte van het landschap, een paar verspreid staande huizen. geen ‘asowoningen’ in dit geval, maar boerenhoeven. En zomin als dit gehuchtje met een tuigdorp te relateren viel, zozeer representeerde dit achterwerk van Nederland een in zijn mystieke hoedanigheid glorieus Ultima Thule.

© 2011 Leo van der Sterren

Geen opmerkingen:

Een reactie posten