vrijdag 2 januari 2026

De leeslijst van 2025

1. Simon Sebag Montefiore, ‘Jerusalem. The Biography.’ London, 2020 [2011].

2. Martin Gilbert, ‘The Routledge Historical Atlas of Jerusalem’. New York, 2009 [1977].
 
3. Patricia Lasoen, ‘Een zachte, wrede, okerbruine dood’. Brussel & Den Haag, 1975. Gedichten. ‘De tijd staat voor sommigen stil’ heb ik overgeschreven. Prachtig gedicht!
 
4. Patricia Lasoen, ‘De wanhoop van Petit Robert’. Baarn, 1993.
 
5. J. Meijer, ‘De zoon van een gazzen. Het leven van Jacob Israël de Haan. 1881 – 1924’. Amsterdam, 1967.
 
6. Jacob Israël de Haan, ‘Jerusalem’. Amsterdam, 1921.
 
7. Karène Sanchez Summerer, Lucia Admiraal (eds.) en Karstian Oudman, ‘The multiple lives of
Jacob Israël de Haan. The Palestine years (1919 – 1924). Groningen, 2024.
 
8. Hollands Maandblad 2025 – 1. Nummer 926. Amsterdam, 2025.
 
9. Gerrit Achterberg, ‘Ballade van de gasfitter’. In Ons Erfdeel. Jaargang 19, 1976. Sonnet XI wijkt af van de eerste versie van het gedicht in Maatstaf (1953).
 
10. Anne Provoost, ‘Decem. Ongelegenheidsgedichten voor asielverstrekkers’. Amsterdam, Antwerpen, 2024.
 
11. Ingmar Heytze, ‘Postkamer’. Amsterdam, 2025. Een aantal gedichten kende ik al. Die had Heytze voorgelezen op 9 december 2024 toen hij optrad in De Baank in Leunen, georganiseerd door het Literair Café Venray en de Adelbertvereniging Venray. Ondergetekende las bij die gelegenheid zijn gedicht ‘De bron’ voor.
 
12. Douglas Dunn, ‘Elegies’. London, 1985. Klaag- of treurzangen geschreven naar aanleiding van het overlijden van Dunns echtgenote. Een collectie die veel momenten van ontroering oproept.
 
13. ‘Overgang. 25 Jaarwisselingsgedichten van het Letterkundig Centrum Limburg’. Echt, 2024.
 
14. Jan Fontijn, ‘Onrust. Het leven van Jacob Israël de Haan’. Amsterdam, Antwerpen, 2015.
 
15. Alicja Gescinska, ‘De gezichtslozen’. Amsterdam, 2025.
 
16. ‘De Parelduiker’. Jaargang 29. 2024. Nummer 5.
 
17. Howard M. Sachar, ‘A History of Israel from the Rise of Zionism to our Time’. New York, 2016 [1976].
 
18. Alois Brandl, ‘S.T. Coleridges Notizbuch aus den Jahren 1795 – 1798. Nach der Originalhandschrift im Britischen Museum zum erstenmal vollständig herausgegeben von A. Brandl. Sonderabdruck aus dem Archive für das Studium der neueren Sprachen, Bd XCVII, Heft 3/4’. Braunschweig, 1896.
 
19. Wim Brands, ‘Inslag’. In ‘Verzamelde gedichten’. Amsterdam, 2017.
 
20. Paul Cheshire, ‘ “I lay too many Eggs”: Coleridge’s “Ostrich Carelessness” and the Problem of Publication’. In ‘The Coleridge Bulletin, New Series 23’. Bristol, 2004.
 
21. Jan de Hond, ‘Verlangen naar het Oosten. Oriëntalisme in de Nederlandse cultuur ca. 1800 – 1920’. Leiden, 2008.
 
22. Sander Kollaard, ‘Einde verhaal’. Amsterdam, 2025.
 
23. Florian Bissig, ‘Samuel Taylor Coleridge. Biografie’. Zürich, 2022. Duitstalige biografie.
 
24. Samuel Taylor Coleridge, ‘Ín Xanadu. Gedichte Englisch – Deutsch. Deutsch von Florian Bissig’. Zürich, 2022.
 
25. Bernard Dewulf, ‘Naar het gras’. Amsterdam, Antwerpen, 2019 [2018].
 
26. Gerwin van der Werf, ‘De krater’. Amsterdam, 2025.
 
27. Leslie A. Marchand, ‘Byron. A Biography. Volume I’. New York, 1957.
 
28. Stanley Buchtal en Bernard Comment (Eds.), ‘fragments. Poems, Intimate Notes, Letters by Marilyn Monroe’. New York, 2012 [2010].
 
29. ‘The Coleridge Bulletin, New Series 31. Summer 2008’. Bristol, 2004.
 
30. Leslie A. Marchand, ‘Byron. A Biography. Volume II’. New York, 1957.
 
31. Sebastienne Postma, ‘Trappen’. Amsterdam, Antwerpen, 2015.
 
32. ‘Onverwachte ontmoetingen. De mooiste Gedichtverstrippingen uit poëzietijdschrift Awater. Samengesteld en ingeleid door Thomas Möhlmann’. Rotterdam, 2018.
 
33. Antony Peattie, ‘The Private Life of Lord Byron’. London, 2019.
 
34. Leslie A. Marchand, ‘Byron. A Biography. Volume III’. New York, 1957.
 
35. David Ellis, ‘Byron in Geneva. That Summer of 1816’. Liverpool, 2011.
 
36. Keir Davidson, ‘O Joy for me! Samuel Taylor Coleridge and the Origins of Fellwalking in the Lake District 1790 – 1802’. London, 2018. Coleridges avonturen in Cumbria. Het boek riep herinneringen op aan mijn eigen looptochten in het Lake District in 2015 en 2017.
 
37. Saskia de Coster, ‘Pink Lady. Een wandeling’. Amsterdam, 2025.
 
38. Hans Hagen, ‘De zakdoekjesboom. Een wandeling’. Amsterdam, 2025.
 
39. Jon Mee, ‘Romanticism, Enthusiasm and Regulation. Poetics and the Policing of Culture in the Romantic Period’. Oxford, 2003.
 
40. Robert Gambles, ‘Escape to The Lakes. The First Tourists’. Carlisle, 2011.
 
41. Tim Fulford (ed.), ‘The New Cambridge Companion to Coleridge’. Cambridge, 2023.
 
42. Karl-Heinz Frieser, ‘Blitzkrieg-Legende. Der Westfeldzug 1940’. Berlin/Boston, 2021 [1995].
 
43. Luz, ‘Zwei weibliche Halbakte’. Berlin, 2025.
 
44. Janine Barchas, Isabel Greenberg, ‘The Novel Life of Jane Austen. A Graphic Biography’. New York, 2025.
 
45. Detlev van Heest, ‘De verzopen katten en de Hollander’. Amsterdam, 2010.
 
46. Valerie Purton, ‘A Coleridge Chronology’. Basingstoke, London, 1993.
 
47. Esther Jansma, ‘we moeten “misschien” blijven denken’. Amsterdam, 2025. De laatste gedichten.
 
48. Clara Eggink, ‘De rand van de horizon’. Amsterdam, 1994. Gedichten.
 
49. Detlev van Heest, ‘Pleun’. Amsterdam, 2010.
 
50. Daan Borrel, ‘De Duivelsberg. Een wandeling’. Amsterdam, 2025.
 
51. Frank Westerman, ‘Terug naar De Nul. Een wandeling’. Amsterdam, 2025.
 
52. Detlev van Heest, ‘Parkeren in Hilversum’. Amsterdam, 2024.
 
53. Samuel Taylor Coleridge, ‘Lectures 1795. On Politics and Religion. Edited by Lewis Patton and Peter Mann’. London, 1971.
 
54. Dick van Halsema, ‘Een dichter op de kruising’. Groningen, 2025.
 
55. P.M.Th. Everard en H. Hartsuiker (eds.), ‘Ontroering door het woord. Over J. H. Leopold’. Groningen 1991.
 
56. Thomas Rozendal, ‘Vijf gedichten. Bezorgd door Alfred Kossmann’. Wijhe, 1986.
 
57. A. Alberts, ‘De honden jagen niet meer’. In: ‘Verzameld werk I. Romans en verhalen’. Amsterdam, 2005.
 
58. David Margolick, ‘Strange Fruit. Billie Holiday and the Biography of a Song’. New York, 2001 [2000].
 
59. Antonio Scurati, ‘M. Het uur van de waarheid’. Amsterdam, 2025.
 
60. Elijah Ward, ‘Dylan Goes Electric. Newport, Seeger, Dylan, and the Night That Split the Sixties’. New York, 2015.
 
61. Samuel E. Chamberlain, ‘My Confession’. New York, 1956. De memoires van een veteraan van de Mexicaanse Oorlog (1846 – 1848). Cormac McCarthy baseerde ‘Blood Meridian’ op dit autobiografische verslag.
 
62. Dick van Halsema, ‘De kamer van Leopold’. Groningen, 2013 [2011].
 
63. May Byron, ‘A Day with Samuel Taylor Coleridge’. London, 2016 [1912].
 
64. Detlev van Heest, ‘De resten van een mens’. Amsterdam, 2025.
 
65. Greil Marcus, ‘Invisible Republic. Bob Dylan’s Basement Tapes’. London, 1998 [1997].
 
66. J.J. Voskuil, ‘Ik ben ik niet’. Amsterdam, 2014.
 
67. Sid Griffin, ‘Million Dollar Bash. Bob Dylan and the Basement Tapes’. London, 2014.
 
68. Jochen Markhorst, ‘The Basement Tapes. Bob Dylans zomer van 1967’. 2020.
 
69. Barney Hoskyns, ‘Across the Great Divide. The Band and America’. Milwaukee, 2006 [1993].
 
70. Greil Marcus, ‘Stemmen uit de kelder. Bob Dylan’s Basement Tapes’. Amsterdam, 1997.
 
71. Janet Wallach, ‘Koningin van de woestijn. Gertrude Bell: Raadgever van Koningen, Avonturier, Bondgenoot van Lawrence of Arabia’. Amsterdam, 1997. Tegen heug en meug uitgelezen. Wat een flutboek!
 
72. Levon Helm en Stephen Davis, ‘This Wheel’s On Fire. Levon Helm and the Story of The Band’. London, 2013 [1993].
 
73. Robert Fisk, ‘Pity the Nation. Lebanon at War’. Oxford, 2001 [1990]. Zeer indrukwekkend en pessimistisch boek over de chaos (die tot op dit moment voortduurt en waarvoor geen oplossing in het verschiet ligt) in Libanon. Het woord ‘nation’ in de titel is volstrekt misplaatst. Libanon staat eigenlijk model voor de toestand in het hele Midden-Oosten (inclusief Israël) waar binnen de veelal ooit op tekentafels getrokken landsgrenzen hetzij de meest walgelijke repressie op de bevolking wordt uitgeoefend hetzij de meest onvoorstelbare chaos heerst. In beide gevallen tiert het geweld niet zelden welig.
 
74. Thomas Heerma van Voss, ‘De prullenmand heeft veel plezier aan mij. Schrijversportretten, toen en nu’. Amsterdam, 2025.
 
75. Patrick Conrad, ‘De Cadillac van Mallarmé. Gedichten’. Antwerpen, 2016.
 
76. Blaise Cendrars, ‘Prose du Transsibérien et de la petite Jehanne de France’. In: ‘Poésies complètes avec 41 poèmes inédits. Volume 1’, Paris, 2005 [1947].
 
77. Aaf Brandt Corstius, ‘Ik ga tóch iets zeggen. ABC in Den Haag’. Amsterdam, 2025.
 
78. Kash Patel, ‘The Plot Against the King’. 2022. Een rijkelijk geïllustreerd, maar flinterdun kinderboek, geschreven door de huidige chef van de FBI, Kash Patel, over een complot tegen de koning van ‘The Land of the Free’. Die koning heet uiteraard Donald Trump. De oranje windvaan. Zijn tegenstander is Hillary Queenton. Maar de hoofdpersoon is ‘a wizard called Kash the distinguished discoverer’. Dit walgelijke nepverhaaltje lijkt me zelfs voor kinderen wel heel flauw en slap. Maar: ‘Children Ages 3 and up’ staat er op de achterflap. Drie!
 
79. Robert Fisk, ‘De grote beschavingsoorlog. De verovering van het Midden-Oosten’. Amsterdam, 2011 [2005].
 
80. Willem Otterspeer, ‘In alles ben ik groot. Leven en lezen van Michaël Zeeman’. Amsterdam, 2025.
 
81. Peter Ames Carlin, ‘Tonight in Jungleland. The Making of Born To Run’. New York, 2025.
 
82. Barbara Stok, ‘Wat is goed leven? Socrates en het belangrijkste’. Amsterdam, 2025.
 
83. Antoine de Baeque & Noël Herpe, ‘Éric Rohmer: A Biography’. New York, 2018 [2014].
 
84. Vittorio Hösle, ‘Eric Rohmer. Filmmaker and Philosopher’. London, New York, 2016.
 
85. Anne Mieke Backer, ‘Ik was dat meisje’. Amsterdam, 2025.
 
86. Paul & Gaëtan Brizzi, ‘Dante’s Inferno. A Graphic Novel Adaption by Paul & Gaëtan Brizzi’. New York, 2024 [2023].
 
87. Peter Delpeut, ‘Om wie wij zijn’. Bleiswijk, 2025.
 
88. Piet van Aken, ‘Klinkaart’. Antwerpen, 1959. Arm Vlaanderen. In de jaren tachtig ook fraai verfilmd.
 
89. Jip van den Toorn, ‘Hoe vond je zelf dat het ging? De jaren 2020 – 2025’. Utrecht, 2025.
 
90. Filip de Pillecyn, ‘Monsieur Hawarden’. In: ‘Scheppend proza 1’. Leuven, 1978.
 
91. Jacob Leigh, ‘The Cinema of Eric Rohmer. Irony, Imagination, and the Social World’. New York, London, 2012.
 
92. Emil Franzel, ‘Die Vertreibung Sudetenland 1945 – 1946’. Landshut, 1979 [1967].
 
93. Nico Keuning, ‘De laatste reis. De Deense jaren van Céline in ballingschap 1945 – 1951’. Soesterberg, 2011.
 
94. Jane Bowles, ‘Twee dames die het leven ernstig nemen’.
 
95. Kiran Desai, ‘De eenzaamheid van Sonia en Sunny’. Amsterdam, 2025. Hoog in de categorie ‘mooiste romans die ik ooit gelezen heb’. En spontaan het ik iets gedaan wat ik nog nooit gedaan heb: toen ik het op zondag 14 december, rond 15:30 uur uit had, ben ik willekeurige passages gaan herlezen – gewoon om ze nog eens te lezen, om het verhaal te herbeleven. De lezing van ‘De eenzaamheid van Sonia en Sunny’ liep trouwens parallel met de aanschouwing van de film ‘Les Olympiades’ van Jacques Audiard. Ik heb de film zes keer gezien toen. Dus Desai en Audiard zijn wat mij betreft voorgoed met elkaar verbonden. Overigens is de Nederlandse vertaling niet vlekkeloos.
 
96. Dorothee Elmiger, ‘Die Holländerinnen’. München, 2025. Ook heel mooi.
 
97. Milan Kundera, ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’. Amsterdam, 2025 [1985].
 
98. Kiran Desai, ‘De erfenis van het verlies’. Amsterdam, 2006.
 
99. J.J. Voskuil,’Bij nader inzien’. Amsterdam, 1998 [1963]. Ruim vierhonderd keer 'mieters'. 
 
© 2026 Leo van der Sterren

zaterdag 24 mei 2025

Slimme foon



















Intervallen tergen niemendallen.
Verveling dreint, verveling dreunt.
Vanzelf we zetten zombiestapjes
naar nergens in de wei
en grazen – grazen zonder einde.
Herkauwen zonder pauze.
De slimme foon is,
met al zijn onnatuur,
voor kuddedieren veel te slim. 

© 2025 Leo van der Sterren


dinsdag 29 april 2025

Paralellen

‘It is with nations as with individuals. In tranquil moods and peacable times we are quite practical. Facts only and cool common sense are then in fashion. But let the winds of passion swell, and straitway men begin to generalize; to connect by remotest analogies; to express the most univeral positions of reason in the most glowing figures of fancy; in short, to feel particular truths and mere facts, as poor, cold, narrow, and incommensurate with their feelings.’

Samuel Taylor Coleridge, ‘The Statesman’s Manuel’ (December 1816). In ‘The Collected Works of Samuel Taylor Coleridge. Lay Sermons. Edited by R.J. White’. London, Princeton, 1972, p. 15. 

© 1972 Routledge & Kegan Paul


maandag 7 april 2025

Epigram


Zich tegenover is de mens onmachtig,
want dat bewustzijn waar een mens zich niet
bewust van is, vergiftigt zonder dat 
een mens zich daar bewust van is, het sap
dat voelen doet en zadelt het geweten
met ongewilde voedingsstoffen op.

© 2025 Leo van der Sterren

zondag 2 maart 2025

Coleridges notebooks 14

‘In einem Schaukasten des Britischen Museums liegt ein Büchlein in Duodez, mit neunzig Blättern groben Papiers, teils mit Tinte, teils mit Bleistift flüchtig beschrieben, in schwarzes Leder sorgsam gebunden und als Ms. Additional 27 901 signiert. Es soll dem Besucher von der Handschrift des Mannes, der den “Alten Matrosen” dichtete, einde Vorstellung geben; und in der That ist es unter den vielen Autographen, die das Britische Museum von ihm besitzt, das interessanteste.’

Aloys Brandl, ‘S.T. Coleridges Notizbuch aus den Jahren 1795 – 1798. Nach der Originalhandschrift im Britischen Museum zum erstenmal vollständig herausgegeben von A. Brandl. Sonderabdruck aus dem Archiv für das Studium der neueren Sprachen, Bd XCVII, Heft 3/4’. Braunschweig, 1896. Blz. 333. 



‘In the British Museum is a small manuscript volume of ninety leaves, which is, in my judgment, one of the most illuminating human documents even in that vast treasure-house. It is a note book kept by Samuel Taylor Coleridge, partly in pencil, partly in ink, and always with most admired disorder. There are just two dates from cover to cover, but internal evidence makes clear that it embraces a period of about three years, from the spring of 1795 to the spring or summer of 1798, the years which lead up to and include the magnificent flowering of Coleridge’s genius on which his renown as a poet rests. It was printed thirty years ago by Professor Brandi of Berlin, but it lies so effectively buried in a German philological periodical that the latest English edition of Coleridge refers to it as vaguely as if it had been published in the moon. Yet its value is incalculable, not only for the understanding of Coleridge, but also as a document in the psychology of genius, and as a key to the secrets of art in the making.’

John Livingstone Lowes, ‘The Road to Xanadu. A Study in the Ways of the Imagination’. Boston, New York, 1927. Blz. 5. 

‘When I first saw the notebooks they were on open shelves in the library of Lord Coleridge in the Chanter’s House, Ottery St. Mary. That was at the close of 1930.’

Kathleen Coburn, ‘The Notebooks of Samuel Taylor Coleridge. Volume 1. 1794 – 1804. Text.’ Abingdon, New York, 2002 [1962]. Blz. xi. 

‘The first moment of seeing the man’s own books, notebooks, and handwriting, was like taking a breath of air from some other climate or existence. (…) I was stunned not only by the sensory experience but by the quantity before me.’

Kathleen Coburn, ‘In pursuit of Coleridge’. London, 1977. Blz. 27. 


‘Samuel Taylor Coleridge (1772–1834) is one of the most remarkable writers and thinkers in one of English Literature’s most remarkable periods; and his Notebook is one of its masterpieces – perhaps the unacknowledged prose masterpiece of the age. It is well known to Coleridge scholars, of course, who refer to it habitually; and it has always had some noble champions outside the Coleridgean establishment (Geoffrey Grigson was a great admirer). But, on the whole, it has remained an undiscovered treasure to the general reader, the lover of poetry, and even the non-specialist student. Which is a great pity: for it is an astonishing and eminently readable document, a work, by turns, of philosophical profundity, descriptive beauty, verbal brilliance, and human comedy (and sometimes tragicomedy; and sometimes tragedy). The Notebook was an almost-lifelong companion; and at times – for though a gregarious man, he was often quite alone – it was Coleridge’s only associate, to which he entrusted his most private thoughts.’

‘Coleridge’s Notebooks. A selection. Edited by Seamus Perry’. Oxford, 2002. Blz. vii.


© 2025 Leo van der Sterren




maandag 17 februari 2025

Oplossing 3

De lach verzakkend van hun tronies. 
De hoon om de oranje pias pleite.
Met starre kaken staat het daar,
het peloton van zwarte pakken.
En eenheid hè! 
Daadkracht, slagkracht, 
pats, pats, pats!
En wij, MAGA?
We pakken Gaza, Groenland, Panama.
We geven Oekraïne weg. Wat volgt?
Ik zei tegen Pete, ik zei: ‘sar ze.’
Ik zei: ‘pak ze in hun kruis’. 
Ik zei tegen J.D.: ‘verwar ze.’
Ik zei: ‘zaai ruis.’
Dat zei ik. 
De potpourri van zwarte pakken
gaat nu praten. Parlesanten.
De strategie uitstippelen. 
Parlementeren. Parlevinken. 
Zichzelf parodiëren.
Ik zei tegen Marco, ik zei:
‘zeg jij maar weer iets anders.’
Ik zei: ‘jij mag de goeie pliesie zijn.’
Ik zei tegen Steve: ‘zeg maar iets.’
Ik zei: ‘het maakt niet uit.’
Het warre water bruin 
en overdadig laten stromen
tot ze groen en geel en galgig kijken. 
Par le droit du plus fort. 
Het voordeel van er maar één van zijn.
Het voordeel van gebrek aan twijfel,
van het maar één het voor het zeggen hebben. 

© 2025 Leo van der Sterren


donderdag 6 februari 2025

Oplossing 2

En hij, hij staat erbij en kijkt ernaar.
Bibi fucking Netanyahu. 
Hij kijkt ernaar. Je ziet hoe zijn 
verbazing rijst als een oprichting,
verheffing, en hij denkt met zegepraal:
‘Dit hebben we zo niet besproken net,
onder vier ogen. Dit gaat, geniaal, 
veel verder. Dit is magnifiek!’
Hij, Bibi, kan zijn oren niet geloven,
maar hoort echt wat hij hoort. 
Amerikaans. 
Het Engels van het Westen.
Wild.
Het kan.
Het moet.
En Bibi glimlacht, glundert.
En zijn gezicht begint te glimmen.
Hij schittert licht, zijn kijkers twinkelen,
zijn knikkers tintelen.
Zijn kostje is gekocht, en kippenvel.
Onkreukbaren onder elkaar,
die rooien dit soort dingen wel. 
En dan wordt Bibi overmand
door een verzengende emotie. 
Hij voelt een diepe, diepe liefde
voor de oranje medicijnman.
O zelfs Elia zou 
daartegen niet bestand zijn, 
laat staan Bibi.
Hij zou die demon willen kussen,
ontbloten, aan zijn dingen willen zuigen,
zou willen – taal schiet tekort,
maar Bibi weet platonisch
ook: deze liefde blijft, dit is
niet tijdelijk maar permanent. 

© 2025 Leo van der Sterren