Posts tonen met het label coronavirus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label coronavirus. Alle posts tonen

maandag 15 maart 2021

De neersluiting

Vorig jaar op zondag 15 maart vierde ik ’s middags mijn eenenzestigste verjaardag. Eigenlijk hield dat feestje al een element van onverantwoordelijkheid in, maar ik had mijn verjaardagsfeestje in 2019 ook al moeten annuleren, toen ‘wegens omstandigheden’ zoals dat zo mooi heet – die omstandigheden spelen geen rol voor het onderhavige betoog en gaan bovendien niemand aan. Maar ze waren ernstig genoeg om een verjaardagsfeestje uit te stellen (en dat uitstel werd uiteindelijk afstel). 

Overigens is niemand besmet geraakt op mijn verjaardagsfeestje. 

Maar goed, op die zondag in maart gonsde het al volop van de Covid-19- of corona-rumoeren. Verschillende genodigden hadden vanwege de pandemie afgezegd en verstek laten gaan. Desalniettemin ontwikkelde de middag zich als heel genoeglijk, het gezelschap nog onwetend van het feit dat deze specifieke soort van sociabiliteit spoedig gedoemd zou zijn hetzij zich niet meer voor te doen hetzij ondergronds te gaan.

Om half zes meldde iemand in het gezelschap, de ogen gericht op een beeldschermpje, dat om zes uur alle uitgaansgelegenheden dicht zouden gaan – het begin van de neersluiting van Nederland. Wij, mijn kinderen en ik, hadden voor die dag gepland om het qua eten gemakkelijk te houden door aan het begin van de avond een ‘maaltijd’ bij de bekendste snelvoerrestauratie van de wereld te gaan halen, je weet wel: karton en tempex, maar alles volledig verantwoord.

Mijn zoon sprong daarop in zijn auto en wist, net voor zes uur, nog een van de laatste afhaalacties bij de restauratie af te ronden – het personeel was al druk doende om de sluiting ervan voor te bereiden.

De neersluiting van Nederland om 18:00 uur op 15 maart 2020 – en van, met temporele en nationale, regionale en lokale verschillen, de hele wereld – vertegenwoordigde een donderslag die, ondanks de onheldere hemel, op 15 maart om 17:00 uur nog onvoorstelbaar had geleken – nee: was.

De neersluiting van Nederland behelsde de effectuering van de tweede volstrekt onvoorstelbare gebeurtenis in mijn leven binnen vier jaar, zij het dat de eerste vele malen meer onvoorstelbaar was dan de tweede.

Het feit dat er zich volstrekt onvoorstelbare fenomenen kunnen voordoen zou voor mensen een teken moeten zijn, een waarschuwing om zo nu en dan rekening te houden met het feit dat ook het ergste kan gebeuren, stil te staan bij de omstandigheid dat een slechtste scenario nooit uit te sluiten is. Gewoon om niet overvallen te worden. Wat desondanks gebeuren zal.

© 2021 Leo van der Sterren

zaterdag 22 augustus 2020

Coronamoeheid


Het heeft, verdoemd, zijn tijd nu wel geduurd!
Ik kan het woord 'corona' niet meer horen.
Of 'COVID 19', een ware vloek.
'Mondkapje' maakt dat ik kokhalzen moet.
Een vinnige aversie overvalt me
als 'anderhalve meter' uit een strot
ontsnapt - en er ontsnapt wat mij betreft
zo'n overdaad aan 'anderhalve meters'
dat ik door al dat bomen niet één bos
meer zie - en dat we 'met z'n allen', 'samen'
en 'met elkaar' maar aan die nieuwere
gewoonheid zullen moeten wennen. O,
dan elleboogt het braaksel zich een weg
naar waar gewoonlijk enkel taligs mij
verlaat. Te vaak, te veel ben ik recent
aan namen, woorden, frasen blootgesteld
die helemaal viraal geworden zijn.

© 2020 Leo van der Sterren

zaterdag 11 april 2020

Burgerlijk ongehoorzaam

Sinds een goede vriend uit Engeland in 2014 voorstelde om het jaar daarop in het noorden van Engeland (Lake District, Yorkshire) de coast-to-coast walk (van de Noordzee naar de Ierse zee of, gebruikelijker, want de wind in de rug, vice versa) te lopen, heb ik mij het wandelen als hobby toegeëigend. Voorheen had ik mij al jaren van sportieve activiteiten onthouden. De laatste keer dat ik gesport had (recreatief zaalvoetballen), was in 2007. Mijn lichaamsbeweging vanaf dat jaar bestond uit het mij naar en van de auto begeven – met een lichaamsgewicht dat zeven jaar later op grond van die instelling te verwachten viel, dus minstens vijftien kilo te zwaar.

Toen in 2016 mijn echtgenote overleed, veranderde de aard van mijn wandelactiviteit. Wandelen was vanaf dat moment niet maar gewoon een min of meer vrijblijvend tijdverdrijf, maar maakte een groot deel uit van wat ik als een soort heelmiddel zou willen bestempelen, een therapie om met verlies en rouw om te gaan. De vrijblijvendheid ervan verdween en promoveerde tot een (meestal prettige) plicht. Het niet voldoen aan die plicht resulteerde in lichte, maar niettemin zodanig zwaarwegende gevoelens van gewetenswroeging dat binnen blijven geen optie was. Sinds 2016 wandel ik veel en fanatiek. Wandeltochten van vijftig kilometer zijn geen uitzondering.

Dit is het weekend van de vierde week dat ik thuis werk. Op de donderdag van de eerste week was ik ’s middags zo gaar van het binnen zitten dat ik mezelf om drie uur het huis heb uitgejaagd en een dik uur gelopen heb. Daar knapte ik van op. Vanaf de tweede week heb ik mezelf gedwongen om elke dag twee wandeltochten te maken. Om twaalf uur loop ik minimaal een half uur en om vier uur minimaal drie kwartier. Naast de langere wandeltochten in het weekend blijkt dit de remedie te zijn tegen de malaise die het gevolg is van het noodgedwongen (alleen) thuis vertoeven. Nog afgezien van de frisse neus, blijf ik door dit regime fit. Bovendien zie ik op deze manier ook nog eens wat andere mensen. Ten slotte mist zo’n wandeling nog steeds zijn therapeutische werking niet, zelfs na al die jaren.

Overigens houd ik mij keurig aan de nieuwe regels, zijnde die van de anderhalve-meter-maatschappij. Ik loop in mijn eentje (ben ik trouwens ook gewend). Als ik mensen tegen kom, dan ga ik uiterst rechts lopen. Wat de langere wandeltochten betreft, die leg ik meestal in afgelegen gebieden af waar bijna niemand komt (ja, die zijn er nog, al worden ze schaarser).

Eergisteren publiceerde NRC een artikel van Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde, en Maartje Willeboordse, bewegingswetenschapper, beiden verbonden aan de Universiteit Maastricht, waarin zij pleitten voor een handhaving van het huidige beleid. Een verscherping van dat beleid, dus een lockdown met een verbod op recreatief buiten verblijven (het regime dat sinds deze week in Frankrijk geldt) zou in hun optiek ‘funest zijn voor het afweersysteem dat we nu zo hard nodig hebben.’ Bovendien is bewegen noodzakelijk om een afname van de spiermassa tegen te gaan, onder andere de spieren om adem te halen die van levensbelang zijn als iemand onverhoopt toch met een Covid-19-besmetting op de Intensive Care belandt. Dit argument voeg ik graag toe aan mijn lijstje van motieven om te wandelen.

Ik acht de kans niet groot, maar mocht de overheid er toch toe besluiten om een uitgaansverbod in te voeren, waarbij het niet meer toegestaan zal zijn om buiten te joggen, fietsen en wandelen, dan moet ik een beroep doen op mijn zelfbeschikkingsrecht als menselijk individu, een recht dat boven welke wet dan ook uitgaat, en kan ik, hoe gezagsgetrouw ik mij normaal ook gedraag, geen gevolg geven aan die lastgeving. De redenen om naar buiten te gaan wegen dan simpelweg zwaarder dan een oekaze van overheidswege. Dan maar burgerlijk ongehoorzaam. Dan maar de kans op een boete. In het geval dat zich het laatste inderdaad zal voordoen, dus dat ik een boete krijg, zal ik die tot de laatste instantie en snik aanvechten.

© 2020 Leo van der Sterren

donderdag 26 maart 2020

De coronaviruscrisisblues

Bij Zeus, ik heb onnoemelijk de blues.
Heb de coronaviruscrisisblues.
Het leven kan soms heel vervelend doen,
maar wat er nu aan naars gevalt, jaagt mij
de stuipen op het lijf. Ik voel constant
en overal die stuipen, vergelijkbaar
met hoe een mens zijn eigen lijf ervaart,
maar dan met kleur en treurnis van de blues.

Bij Jezus Christus, wat heb ik de blues.
Ja, de coronaviruscrisisblues.
Wat een gedoe – en door een dingetje
dat met het blote oog niet eens te zien is!
Het ene na het andere bericht
van doem dringt door in onze wereld,
ons kleine eilandje van wij alleen,
en weet de grote wereld te ontwrichten.

Bij Bonaparte, balen van de blues,
genaamd coronaviruscrisisblues.
Net als het binnen blijven, bovenal
bij zonneschijn na al die bluesy regen,
is het sociale afstand houden lastig.
Het web van intermenselijk verkeer,
gesponnen over heel de wereld, is
miljarden maal gestanst tot kleinste weefsels.

Bij Ezra Pound, de blues die pijnigt mij.
Jow, de coronaviruscrisisblues.
In Pound z’n tijd had je de Spaanse Griep.
Een wreedaard die over de aarde waarde
en een complete slachtpartij aanrichtte
van wel een mens of zeventig miljoen.
Die luidde luid de noodlotsbel van: nu
ben jij daar aan de beurt! Vooruit, meekomen!

Tot slot ook bij Camus, ik voel de blues,
diep in mijn hart, door de coronapest.
Slecht voor de mens, maar voor het woord juist goed.
Dat doe ik dus, maar deed ik al: veel lezen,
proberen toch zoveel als kan op mijn
gemak te zijn, zelfs met de blues, met deze
coronaviruscrisisblues. De dood,
die vrees ik niet, het leven des te meer.

© 2021 Leo van der Sterren