Terwijl Zappa’s ‘Black napkins’ langzaam en statig naar zijn einde schrijdt, moet ik nog weer denken aan ‘Hollands hoop’. De afgelopen acht weken hebben we ons bijna ademloos vergaapt aan deze on-Nederlands goede Nederlandse televisieserie. Officieel werd de reeks betiteld als een televisiedrama, maar zelden heb ik dramatiek met zoveel zowel oppervlakkige als onderhuidse humor mogen aanschouwen. En al geloofde je geen moment dat datgene wat zich voor je ogen afspeelde ooit werkelijkheid zou kunnen zijn geweest of zou kunnen zijn, niet één keer deed de buitenissigheid van deze fictie afbreuk aan de fascinatie voor het vertoonde. Zelfs de hier en daar geïncorporeerde heuse absurditeiten vielen perfect op hun plaats en stoorden nooit door onmatige excentriciteit. Ogenblikken dat we op het puntje van de stoel zaten van de spanning werden afgewisseld door ogenblikken dat we in een deuk lagen van het lachen. Zelden is de balans tussen licht en donker in een Nederlandse televisieserie zo evenwichtig geweest. Het doet zich bijna nooit voor maar in dit geval wel: dit is een reeks om nog eens te kijken. En misschien nog eens.
Het verhaal speelt zich hoofdzakelijk af in de provincie Groningen. Sommige Groningers beklaagden zich in brieven enzovoort over het feit dat hun provincie opnieuw als niet al te positief werd afgeschilderd. Ook in Groningen wonen domme mensen. Zelfs in Groningen. Maar dat kan onze euforie niet kapot maken, dus we houden hoop. Hollandse hoop.
© 2014 Leo van der Sterren
Posts tonen met het label Televisie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Televisie. Alle posts tonen
maandag 17 november 2014
woensdag 21 mei 2014
Een avondje televisie
Gisteravond heb ik me eens lekker onderuit laten zakken voor een heerlijk avondje op christelijke leest geschoeide treurbuis.
De actualiteitenrubriek van de NCRV,‘Altijd wat’, bracht het interview dat Wilfred Scholten met Pim Fortuyn had, vier dagen voor diens dood in 2002 (Fortuyns moordenaar is en blijft veruit de grootste idioot die ooit op Nederlandse bodem heeft rondgelopen). In plaats van eerst de hele reportage uit 2002 te tonen en daarna allerlei lieden – Hans Wiegel en Math Herben en nog een paar gladjanussen – commentaar te laten leveren, werd het interview (dat trouwens een interviewtje bleek te zijn) verknipt en werden de reacties er tussenin gelast. Nieuwsuur heeft er de laatste tijd ook een handje van om vraaggesprekken te verknippen: men nodigt een spreker in de studio uit en men lardeert het interview met hem vervolgens met gefilmde fragmenten, in plaats van een integraal gesprek te doen, dus zonder onderbrekingen. Begin van het einde van de talking heads? Nieuwe ontwikkeling in het proces van deconstructie van de geconcentreerdheid?
De ‘Pim-tapes’ waren vooraf met de nodige poeha aangekondigd door de NCRV. Forttuyn is na zijn dood uitgegroeid tot een autoriteit die, omdat hij niet meer tegen wordt gesproken, gaandeweg steeds meer gezag gekregen heeft en krijgt (zie hier één van de redenen waarom zijn moordenaar een suffe zak is). Het onderwerp stelde echter danig teleur. Het orakel van Rotterdam had niet zoveel bijzonders of schokkends te melden over Europa. Zijn idee om een referendum te houden over het plan tot uitbreiding van Europa naar het oosten sloeg nergens op omdat Fortuyn pretendeerde in de stelling van dat referendum de bevolking inzicht te kunnen geven in de eventuele baten of kosten van die uitbreiding – dat had natuurlijk nooit gekund en daardoor zou het referendum op losse schroeven hebben gestaan – nog afgezien van het feit dat de uitkomst bij voorbaat vaststond. Dat die gebiedsuitbreiding vervolgens toch tot stand kwam, lijkt Fortuyn postuum gelijk te geven. Gelijk had hij zeker daar waar het de kwestie van draagvlak bij de bevolking aanging, maar het schandalig ondemocratische gehalte van het proces dat de gebiedsuitbreiding uiteindelijk mogelijk maakte, had zelfs Fortuyn niet kunnen voorzien, net als de snelheid – Blitzkrieg-achtig – van de expansie.
Het enige opmerkelijke in de reportage van ‘Altijd wat’ over Fortuyn was dat één van de twee grotere partijen in Nederland die een anti-Europees geluid laten horen, namelijk de PVV, zich voor haar anti-Europese agenda ten onrechte beroept op (de erfenis van) Pim Fortuyn, terwijl die laatste zich in principe juist positief, zij het ook kritisch, ten opzichte van de eenwording van Europa opstelde. Het was goed dat deze verdraaiing van de feiten klip en klaar voor het voetlicht werd gebracht.
Dan was er het EO-programma ‘Dit is de dag’. Daarin werd aandacht besteed aan de policita-met-Europese-ambities, Annie Schreijer-Pierik uit Hengevelde. Mevrouw Schreijer-Pierik is lid van het CDA en heeft voor die partij in de Tweede Kamer gezeten, maar ik betwijfel of het CDA nog blij met haar is. Volgens mij is het vanuit het oogpunt van de partij meer een kwestie van met haar opgescheept zitten. Mevrouw Schreijer-Pierik heeft slechts één doel voor ogen en dat is het herstel van heil en harmonie aan de keukentafels van de middelgrote en kleine boeren in Nederland. Voor dat doel heeft ze zelfs steenkolen-Duits over. Saillant detail: de Evangelische Omroep toont een stukje onvervalste Maria-devotie. Goed voor de oecumene, maar verhelderend ook voor de mate waarin de Evangelische Omroep in de loop der jaren getransformeerd is tot een wolf in schaapskleren.
Eerder op de avond had Eva Jinek de Mexicaans-Amerikaanse hondenbezweerder en televisiepersoonlijkheid Cesar Millan te gast in het KRO- programma ‘Eén op één’. Die meneer, die ik op Nationale Geographic wel eens honden heb zien heropvoeden, viel mij erg mee. Hij vertelde over de armoedige omstandigheden wat het materiële aangaat waaronder hij opgroeide, overigens zonder zich als kind bewust te zijn van die armoede – hij was immers niet anders gewend. Zonder één woord Engels te kennen, waagde hij op een gegeven moment de riskante oversteek naar de Verenigde Staten. Daar begon zijn succesverhaal als hondenfluisteraar, dat overigens werd doorbroken door een persoonlijke crisis na de scheiding van zijn vrouw in 2010 waarover hij openlijk vertelde. Millan kwam aardig en charismatisch over. Eva Jinek was zichtbaar onder de indruk. Het klikte wel tussen die twee. Wie weet…
De voornaamste reden dat ik Volkert van der Graaf als een achterlijk rund bestempel, is gelegen in het feit dat hij met zijn laaghartige daad die een moord nu eenmaal altijd is, verhinderd heeft dat Pim Fortuyn zich tot de premier van Nederland kon laten uitroepen. Dat experiment had ik, in dit land van langzaam door de drassige polder aanmodderen, graag democratisch zien mislukken.
© 2014 Leo van der Sterren
De actualiteitenrubriek van de NCRV,‘Altijd wat’, bracht het interview dat Wilfred Scholten met Pim Fortuyn had, vier dagen voor diens dood in 2002 (Fortuyns moordenaar is en blijft veruit de grootste idioot die ooit op Nederlandse bodem heeft rondgelopen). In plaats van eerst de hele reportage uit 2002 te tonen en daarna allerlei lieden – Hans Wiegel en Math Herben en nog een paar gladjanussen – commentaar te laten leveren, werd het interview (dat trouwens een interviewtje bleek te zijn) verknipt en werden de reacties er tussenin gelast. Nieuwsuur heeft er de laatste tijd ook een handje van om vraaggesprekken te verknippen: men nodigt een spreker in de studio uit en men lardeert het interview met hem vervolgens met gefilmde fragmenten, in plaats van een integraal gesprek te doen, dus zonder onderbrekingen. Begin van het einde van de talking heads? Nieuwe ontwikkeling in het proces van deconstructie van de geconcentreerdheid?
De ‘Pim-tapes’ waren vooraf met de nodige poeha aangekondigd door de NCRV. Forttuyn is na zijn dood uitgegroeid tot een autoriteit die, omdat hij niet meer tegen wordt gesproken, gaandeweg steeds meer gezag gekregen heeft en krijgt (zie hier één van de redenen waarom zijn moordenaar een suffe zak is). Het onderwerp stelde echter danig teleur. Het orakel van Rotterdam had niet zoveel bijzonders of schokkends te melden over Europa. Zijn idee om een referendum te houden over het plan tot uitbreiding van Europa naar het oosten sloeg nergens op omdat Fortuyn pretendeerde in de stelling van dat referendum de bevolking inzicht te kunnen geven in de eventuele baten of kosten van die uitbreiding – dat had natuurlijk nooit gekund en daardoor zou het referendum op losse schroeven hebben gestaan – nog afgezien van het feit dat de uitkomst bij voorbaat vaststond. Dat die gebiedsuitbreiding vervolgens toch tot stand kwam, lijkt Fortuyn postuum gelijk te geven. Gelijk had hij zeker daar waar het de kwestie van draagvlak bij de bevolking aanging, maar het schandalig ondemocratische gehalte van het proces dat de gebiedsuitbreiding uiteindelijk mogelijk maakte, had zelfs Fortuyn niet kunnen voorzien, net als de snelheid – Blitzkrieg-achtig – van de expansie.
Het enige opmerkelijke in de reportage van ‘Altijd wat’ over Fortuyn was dat één van de twee grotere partijen in Nederland die een anti-Europees geluid laten horen, namelijk de PVV, zich voor haar anti-Europese agenda ten onrechte beroept op (de erfenis van) Pim Fortuyn, terwijl die laatste zich in principe juist positief, zij het ook kritisch, ten opzichte van de eenwording van Europa opstelde. Het was goed dat deze verdraaiing van de feiten klip en klaar voor het voetlicht werd gebracht.
Dan was er het EO-programma ‘Dit is de dag’. Daarin werd aandacht besteed aan de policita-met-Europese-ambities, Annie Schreijer-Pierik uit Hengevelde. Mevrouw Schreijer-Pierik is lid van het CDA en heeft voor die partij in de Tweede Kamer gezeten, maar ik betwijfel of het CDA nog blij met haar is. Volgens mij is het vanuit het oogpunt van de partij meer een kwestie van met haar opgescheept zitten. Mevrouw Schreijer-Pierik heeft slechts één doel voor ogen en dat is het herstel van heil en harmonie aan de keukentafels van de middelgrote en kleine boeren in Nederland. Voor dat doel heeft ze zelfs steenkolen-Duits over. Saillant detail: de Evangelische Omroep toont een stukje onvervalste Maria-devotie. Goed voor de oecumene, maar verhelderend ook voor de mate waarin de Evangelische Omroep in de loop der jaren getransformeerd is tot een wolf in schaapskleren.
Eerder op de avond had Eva Jinek de Mexicaans-Amerikaanse hondenbezweerder en televisiepersoonlijkheid Cesar Millan te gast in het KRO- programma ‘Eén op één’. Die meneer, die ik op Nationale Geographic wel eens honden heb zien heropvoeden, viel mij erg mee. Hij vertelde over de armoedige omstandigheden wat het materiële aangaat waaronder hij opgroeide, overigens zonder zich als kind bewust te zijn van die armoede – hij was immers niet anders gewend. Zonder één woord Engels te kennen, waagde hij op een gegeven moment de riskante oversteek naar de Verenigde Staten. Daar begon zijn succesverhaal als hondenfluisteraar, dat overigens werd doorbroken door een persoonlijke crisis na de scheiding van zijn vrouw in 2010 waarover hij openlijk vertelde. Millan kwam aardig en charismatisch over. Eva Jinek was zichtbaar onder de indruk. Het klikte wel tussen die twee. Wie weet…
De voornaamste reden dat ik Volkert van der Graaf als een achterlijk rund bestempel, is gelegen in het feit dat hij met zijn laaghartige daad die een moord nu eenmaal altijd is, verhinderd heeft dat Pim Fortuyn zich tot de premier van Nederland kon laten uitroepen. Dat experiment had ik, in dit land van langzaam door de drassige polder aanmodderen, graag democratisch zien mislukken.
© 2014 Leo van der Sterren
Labels:
Annie Schreijer-Pierik,
Cesar Millan,
Pim Fortuyn,
Televisie
zaterdag 19 oktober 2013
De techmens
Verwoed lezer als ik ben, schaf ik regelmatig boeken aan. Ik koop ze in boekenwinkels of ik bestel ze, nieuw en tweedehands, via internet. Er komen meer boeken bij dan ik al lezend bij kan houden, maar ik probeer de twee sporen – die van boeken kopen en die van boeken lezen – toch enigszins gelijke tred te laten houden. Wanneer ik vind dat het aantal boeken dat ik koop het aantal boeken dat ik gebruik in te hoge mate overtreft, dan schroef ik de aankoopfrequentie terug en verhoog ik de leesfrequentie. Boeken kopen die niet gebruikt worden waarvoor ze bedoeld zijn, namelijk om te lezen of als naslagwerk, die bestaan niet. Iemand die boeken uitsluitend voor decoratieve of snobistische doeleinden verwerft, hoort wat mij betreft in de klasse van sukkels thuis. Dat je ’t maar weet.
Op 14 oktober zond de VPRO de Tegenlicht-documentaire ‘De techmens’ uit over nieuwe technologieën, zoals Google Glass, die mensen de mogelijkheid bieden om hun levens tot in detail in beeld en geluid vast te leggen, waardoor het virtuele en reële zich vermengen en er als het ware een andere werkelijkheid ontstaat. De registraties van die existenties kunnen tot in het oneindige bewaard blijven. Dit digitale geheugen met een onbeperkte opslagcapaciteit maakt het mogelijk om een bestaan dat afwezig is, weer op te roepen en te herleven of opnieuw te beleven.
Niet a priori of principieel afkerig van nieuwe ontwikkelingen op technisch gebied (maar anderzijds ook geen technologische voortrekker), bekroop me toch een vreemd gevoel toen mij deze aflevering van Tegenlicht gepresenteerd werd. Of liever gezegd: vreemde gevoelens. De digitalisering van de wereld heeft enorme voordelen opgeleverd, dat staat buiten kijf. Ik zelf profiteer daar ook ten volle van. Maar de medaille kent ook keerzijdes. Een negatief kenmerk van het digitale tijdperk is dat er – onder het motto: we kunnen het maar vast hebben – onvoorstelbare hoeveelheden gegevens worden opgeslagen met de intentie daar naderhand iets mee te doen, maar dat er uiteindelijk niets mee gedaan wordt omdat de accumulaties eenvoudigweg te groot zijn gegroeid om te kunnen behappen en, na verloop van tijd, mogelijk verouderd en daarmee waardeloos blijken te zijn. Het is een tijd van beoogde afhandelingen van dingen die gegenereerd zijn, en het uitstel en uiteindelijke afstel van die afhandelingen omdat er teveel dingen gegenereerd zijn. Toch lijkt dat de nieuwste trend te zijn: data genereren omwille van het data genereren.
De jonge pioniers in ‘De techmens’ overschrijden grenzen. Als het aan hen ligt, worden de hoeveelheden te genereren data exponentieel vermenigvuldigd. Het vergaren van data wordt tot in het extreme doorgetrokken. Dit streven naar volledigheid past naadloos in en symboliseert het controlfreakerige dat veel mensen tegenwoordig aankleeft. Van de wieg tot het graf dient het leven geregeld te zijn. Het toppunt van de nieuwe dwaasheid is echter de opmerking die de hoofdredacteur van Wired UK en baanbreker Ben Hammersley maakt, terwijl hij de setting – hij die geïnterviewd wordt voor het televisieprogramma – fotografeert. ‘It’s not real unless you take a picture.’ Een grapje dat in zijn geval bloedserieus bedoeld is.
Iets bestaat niet als het niet gedigitaliseerd is. Iets is er niet als het niet in data is omgezet. Maar wat moet je met deze data? Wat heeft het voor zin om je leven volledig te digitaliseren? Waarom zou je alles willen vastleggen? Om toekomstige geschiedkundigen en archeologen te helpen of te plezieren? Naarmate er echter meer historisch materiaal voorhanden is, des te meer zal de wetenschapper naar verdieping streven. Maar tot het Ding-an-sich of het Event-an-sich zullen ook zij niet doordringen. Digitale volledigheid is, mede door de suggestie dat de werkelijkheid objectief gerepresenteerd wordt, valse volledigheid die veel meer pretendeert dan ze waar kan maken. En wat de goeroe’s van de nieuwe wereld ook mogen beweren, de mens wordt vanzelfsprekend wel dommer als hij stelselmatig verzuimt om zich feiten te blijven herinneren, als hij zijn geheugen systematisch zou beginnen te veronachtzamen. Ook dat deel van de hersenen heeft blijvende training nodig, in het bijzonder ten behoeve van het leggen van verbanden.
Dat mensen bijzondere gelegenheden vast willen leggen, daar zit niets onnatuurlijks aan. Dat is van alle tijden. Je kunt dat fixeren van speciale gebeurtenissen op allerlei manieren doen. Door jezelf op te leggen er elke dag aan te denken, of elke week of elk jaar. Door over de belevenis te schrijven. Door iets wat in relatie staat met het evenement te bewaren. Door foto’s te nemen. Door geluidsopnames te maken. Door te filmen. Niet alleen kan op dergelijke wijzen het geheugen naderhand op weg geholpen of geactiveerd worden, maar ook kunnen mensen aldus bewijzen dat ze bij een bijzondere gebeurtenis aanwezig waren, al is het maar om andere mensen de ogen uit te steken.
De fixatie van evenementen lijkt echter steeds vaker tot in het extreme te worden doorgevoerd. Mensen registreren datgene wat hen geboden wordt in plaats van ervan te genieten op het moment dat het plaatsvindt. En omdat zij druk doende zijn met registreren, kunnen zij datgene wat beleefd moet worden niet met volle en onverdeelde aandacht ervaren. De concentratie richt zich op de daad van het vastleggen. Mensen die dit doen, beogen – is te hopen – het evenement naderhand te beleven aan de hand van de kopie die zij ervan hebben gemaakt, daarmee als het ware een uitgesteld beleven creërend – met het risico dat er van uitstel afstel komt en met het gevaar dat de virtuele of gekopieerde werkelijkheid gaandeweg als meer werkelijk of waardevol wordt beoordeeld dan de werkelijke werkelijkheid.
Aan de nieuwe mentaliteit van uitgesteld beleven kleeft daarmee een dimensie die naar het metafysische neigt. Steeds meer mensen leven het leven niet nu, maar stellen het leven van het leven nu uit tot een later tijdstip. Dan leven zij het leven in geregistreerde vorm onder condities die zij nauwgezet kunnen prepareren en onder controle kunnen houden en die daardoor ideaal of in elk geval idealer zijn dan op het moment dat zij het werkelijke leven leefden.
Vreemde gevoelens. Meervoud. Wat me namelijk ook verwonderde toen ‘De techmens’ zich voor mijn ogen ontrolde, was het feit dat mensen handelingen verrichten waardoor data gegenereerd worden, maar dat ze eigenlijk terdege beseffen – zonder het te zullen toegeven – dat ze niets met deze data zullen doen. Het lijkt wel alsof het niet eens meer om de data gaat. Eigenlijk gaat het om de te verrichten handelingen. De digitale voortbrenging en de devices om die voortbrenging te realiseren zijn niet langer uitsluitend middel, maar zijn tot doel verworden.
Maar wellicht stel ik me nu al gewoon op als een mens van middelbare leeftijd met ouderwetse standpunten. Wie weet leef ik al in het verleden. Misschien zijn dit de voorboden van de nieuwe wereld waar ik – volop van de oude – steeds meer van vervreemdt naarmate mijn leeftijd stijgt. Misschien streven de mensen in de toekomst niet meer naar het voortgebrachte maar enkel nog naar voortbrenging. Misschien zijn straks slechts de processen nog van belang en niet datgene wat die processen opleveren.
Ik denk er anders over. Het heeft geen zin om dingen te gegenereren of te produceren die niet gebruikt worden. Dat geldt voor boeken net zo goed als voor data.
© 2013 Leo van der Sterren
Op 14 oktober zond de VPRO de Tegenlicht-documentaire ‘De techmens’ uit over nieuwe technologieën, zoals Google Glass, die mensen de mogelijkheid bieden om hun levens tot in detail in beeld en geluid vast te leggen, waardoor het virtuele en reële zich vermengen en er als het ware een andere werkelijkheid ontstaat. De registraties van die existenties kunnen tot in het oneindige bewaard blijven. Dit digitale geheugen met een onbeperkte opslagcapaciteit maakt het mogelijk om een bestaan dat afwezig is, weer op te roepen en te herleven of opnieuw te beleven.
Niet a priori of principieel afkerig van nieuwe ontwikkelingen op technisch gebied (maar anderzijds ook geen technologische voortrekker), bekroop me toch een vreemd gevoel toen mij deze aflevering van Tegenlicht gepresenteerd werd. Of liever gezegd: vreemde gevoelens. De digitalisering van de wereld heeft enorme voordelen opgeleverd, dat staat buiten kijf. Ik zelf profiteer daar ook ten volle van. Maar de medaille kent ook keerzijdes. Een negatief kenmerk van het digitale tijdperk is dat er – onder het motto: we kunnen het maar vast hebben – onvoorstelbare hoeveelheden gegevens worden opgeslagen met de intentie daar naderhand iets mee te doen, maar dat er uiteindelijk niets mee gedaan wordt omdat de accumulaties eenvoudigweg te groot zijn gegroeid om te kunnen behappen en, na verloop van tijd, mogelijk verouderd en daarmee waardeloos blijken te zijn. Het is een tijd van beoogde afhandelingen van dingen die gegenereerd zijn, en het uitstel en uiteindelijke afstel van die afhandelingen omdat er teveel dingen gegenereerd zijn. Toch lijkt dat de nieuwste trend te zijn: data genereren omwille van het data genereren.
De jonge pioniers in ‘De techmens’ overschrijden grenzen. Als het aan hen ligt, worden de hoeveelheden te genereren data exponentieel vermenigvuldigd. Het vergaren van data wordt tot in het extreme doorgetrokken. Dit streven naar volledigheid past naadloos in en symboliseert het controlfreakerige dat veel mensen tegenwoordig aankleeft. Van de wieg tot het graf dient het leven geregeld te zijn. Het toppunt van de nieuwe dwaasheid is echter de opmerking die de hoofdredacteur van Wired UK en baanbreker Ben Hammersley maakt, terwijl hij de setting – hij die geïnterviewd wordt voor het televisieprogramma – fotografeert. ‘It’s not real unless you take a picture.’ Een grapje dat in zijn geval bloedserieus bedoeld is.
Iets bestaat niet als het niet gedigitaliseerd is. Iets is er niet als het niet in data is omgezet. Maar wat moet je met deze data? Wat heeft het voor zin om je leven volledig te digitaliseren? Waarom zou je alles willen vastleggen? Om toekomstige geschiedkundigen en archeologen te helpen of te plezieren? Naarmate er echter meer historisch materiaal voorhanden is, des te meer zal de wetenschapper naar verdieping streven. Maar tot het Ding-an-sich of het Event-an-sich zullen ook zij niet doordringen. Digitale volledigheid is, mede door de suggestie dat de werkelijkheid objectief gerepresenteerd wordt, valse volledigheid die veel meer pretendeert dan ze waar kan maken. En wat de goeroe’s van de nieuwe wereld ook mogen beweren, de mens wordt vanzelfsprekend wel dommer als hij stelselmatig verzuimt om zich feiten te blijven herinneren, als hij zijn geheugen systematisch zou beginnen te veronachtzamen. Ook dat deel van de hersenen heeft blijvende training nodig, in het bijzonder ten behoeve van het leggen van verbanden.
Dat mensen bijzondere gelegenheden vast willen leggen, daar zit niets onnatuurlijks aan. Dat is van alle tijden. Je kunt dat fixeren van speciale gebeurtenissen op allerlei manieren doen. Door jezelf op te leggen er elke dag aan te denken, of elke week of elk jaar. Door over de belevenis te schrijven. Door iets wat in relatie staat met het evenement te bewaren. Door foto’s te nemen. Door geluidsopnames te maken. Door te filmen. Niet alleen kan op dergelijke wijzen het geheugen naderhand op weg geholpen of geactiveerd worden, maar ook kunnen mensen aldus bewijzen dat ze bij een bijzondere gebeurtenis aanwezig waren, al is het maar om andere mensen de ogen uit te steken.
De fixatie van evenementen lijkt echter steeds vaker tot in het extreme te worden doorgevoerd. Mensen registreren datgene wat hen geboden wordt in plaats van ervan te genieten op het moment dat het plaatsvindt. En omdat zij druk doende zijn met registreren, kunnen zij datgene wat beleefd moet worden niet met volle en onverdeelde aandacht ervaren. De concentratie richt zich op de daad van het vastleggen. Mensen die dit doen, beogen – is te hopen – het evenement naderhand te beleven aan de hand van de kopie die zij ervan hebben gemaakt, daarmee als het ware een uitgesteld beleven creërend – met het risico dat er van uitstel afstel komt en met het gevaar dat de virtuele of gekopieerde werkelijkheid gaandeweg als meer werkelijk of waardevol wordt beoordeeld dan de werkelijke werkelijkheid.
Aan de nieuwe mentaliteit van uitgesteld beleven kleeft daarmee een dimensie die naar het metafysische neigt. Steeds meer mensen leven het leven niet nu, maar stellen het leven van het leven nu uit tot een later tijdstip. Dan leven zij het leven in geregistreerde vorm onder condities die zij nauwgezet kunnen prepareren en onder controle kunnen houden en die daardoor ideaal of in elk geval idealer zijn dan op het moment dat zij het werkelijke leven leefden.
Vreemde gevoelens. Meervoud. Wat me namelijk ook verwonderde toen ‘De techmens’ zich voor mijn ogen ontrolde, was het feit dat mensen handelingen verrichten waardoor data gegenereerd worden, maar dat ze eigenlijk terdege beseffen – zonder het te zullen toegeven – dat ze niets met deze data zullen doen. Het lijkt wel alsof het niet eens meer om de data gaat. Eigenlijk gaat het om de te verrichten handelingen. De digitale voortbrenging en de devices om die voortbrenging te realiseren zijn niet langer uitsluitend middel, maar zijn tot doel verworden.
Maar wellicht stel ik me nu al gewoon op als een mens van middelbare leeftijd met ouderwetse standpunten. Wie weet leef ik al in het verleden. Misschien zijn dit de voorboden van de nieuwe wereld waar ik – volop van de oude – steeds meer van vervreemdt naarmate mijn leeftijd stijgt. Misschien streven de mensen in de toekomst niet meer naar het voortgebrachte maar enkel nog naar voortbrenging. Misschien zijn straks slechts de processen nog van belang en niet datgene wat die processen opleveren.
Ik denk er anders over. Het heeft geen zin om dingen te gegenereren of te produceren die niet gebruikt worden. Dat geldt voor boeken net zo goed als voor data.
© 2013 Leo van der Sterren
Labels:
De techmens,
digitalisering,
Google Glass,
Tegenlicht,
Televisie,
VPRO
maandag 25 februari 2013
Het televisie-weekend
‘Hoe was jouw weekend?’
‘Goed, goed, geen klagen. Wel wat aan de korte kant. Maar goed, da’s standaard.’
‘En hoe was jouw televisie-weekend?’
‘Goed, goed, geen klagen. Wel wat aan de magere kant. Maar goed, da’s standaard.’
‘Heb je nog opmerkelijke dingen gezien?’
‘Yep.’
‘Nou, vertel dan!’
‘Welnu, het begon vrijdagavond natuurlijk met Wouter Klootwijk die zich druk maakte over kokkels uit de Waddenzee die in Nederland niet geconsumeerd worden maar in Spanje juist wel. Klootwijk laat altijd wel iets bijzonders zien. Dat gold overigens niet voor het verdere televisieaanbod van die avond.’
‘O? Wat heb je de rest van de avond gedaan dan?’
‘Een beetje kletsen met vrouw en dochter. Met een half oog nog naar het televisiescherm geloerd. Maar van het televisieaanbod van die avond is niet veel beklijfd.’
‘Oké, en de zaterdag dan?’
‘Zaterdagavond zijn we eerst uit gaan eten. Daardoor misten we deel drie van “Freddy, leven in de brouwerij”, die dramaserie van de TROS over het leven van Freddy Heineken. Deel 1 en 2 hadden we wel gekeken. Maar deel 3 hebben we dus gemist. Bewust gemist want ik had het ook niet opgenomen. Dat geeft al aan hoeveel interesse we nog hadden voor deze dramaserie. Niets meer dus!’
‘Da’s niet zo mooi. Daar heeft de TROS zo zijn best op gedaan.’
‘Kan wel zijn, maar is niet anders. Hoe dan ook, nadat we thuis waren gekomen van ons uitje, verdiepte ik mij in het boek dat ik nu aan het lezen ben: “Noord” van Louis-Ferdinand Céline. Op een gegeven moment gingen mijn vrouw en mijn dochter naar bed. Rond een uur of half twee ’s nachts rustte ik even uit van mijn lectuur. Ik ging wat zappen en kwam toen bij “The godfather II” uit. Veronica zond achter elkaar deel een en twee uit. Die zender liet ik erop staan, met het geluid uit en muziek aan (Grand Funk Railroad, “On time”). Ik nam mijn boek weer ter hand, maar werd telkens afgeleid door wat er zich op het scherm afspeelde. En op zeker moment heb ik het boek weggelegd en me op de film geconcentreerd. Een prachtfilm, inderdaad. Spannend. Episch. Goede acteurs. En wat een geweldadigheid. Maar te midden van al het geweld vond ik de scène waarin Kay (Diane Keaton) aan haar man Michael Corleone (Al Pacino) opbiecht dat de misgeboorte waardoor hun derde kind (en tweede zoon) dood ter wereld was gekomen, geen miskraam was, maar een door Kay gewilde abortus, het meest indrukwekkend. Deze passage van de film geeft de morele dilemma’s en de intense ellende van de protagonisten te midden van al hun rijkdom en macht op wel heel pregnante en schrijnende wijze weer.
De volgende transcriptie van de scène maakt (hopelijk) duidelijk wat ik bedoel.
“Kay: Oh, oh Michael, you are blind. It wasn’t a miscarriage – it was an abortion. An abortion, Michael. Just like our marriage is an abortion. Something that’s unholy and evil. I didn’t want your son, Michael – I wouldn’t bring another one of you sons into this world. It was an abortion, Michael. It was a son, Michael, a son and I had it killed – because this must all end.
[Michael's eyes begin to bulge.]
Kay: I know now that it’s over now – I knew it then – there would be no way, Michael, no way you could ever forgive me. Not with this Sicilian thing that’s been going on for 2000 years.
[Michael loses control. He slaps Kay across the face. She falls onto the couch.]”
Toen de film afgelopen was, om kwart voor vijf op zondagochtend, sleepte ik mezelf toch maar eens naar bed.’
‘Zo, da’s laat!’
‘Ach, moet kunnen. Weekend hè’
‘En de zondag?’
‘Uiteraard geen Studio Sport. Die vaderlandse voetbalcompetitie kan me gestolen worden, vooral als dat stelletje kleuters in de catacomben van De Kuip die voetbalcompetitie als bokscompetitie voort wil zetten. We hebben als eerste naar “De grens” gekeken, een documentaire in zes delen over Nederlandse grensstreken, gepresenteerd door Tommy Wieringa. Dit eerste deel ging over de grens bij Drenthe die het Bourtangermoeras in een Duits en een Nederlands deel splitst. “De Drent is een gedrocht, dat is gewrocht uit turf, jenever en achterdocht.” Fascinerend. Maar ik zat me ook af te vragen waarom mij deze documentaire (en over het algemeen dit soort documentaires) zo boeide. Natuurlijk komt dat door de verhalen en omdat er over een landschap altijd meer te vertellen valt dan er in de regel zichtbaar is. Het landschap van het Bourtangermoeras is bovendien een schuldig landschap, omdat er zich veel ellendige dingen hebben afgespeeld. Hier was het hoogveen. De ontginning ervan door pioniers en turfstekers vond vaak onder erbarmelijke omstandigheden plaats. Hier liggen de massagraven waarin gedurende de Tweede Wereldoorlog vele Russische krijgsgevangenen werden begraven. Honderdduizend, zo meldt een ooggetuige, al zal dat getal ietwat overdreven zijn. Maar er was ook het fragment over illegale zendamateurs die in het midden van nergens hun hobby uitoefenen, zuipend en al. En over een Oktoberfeest naar Duitse zeden en gewoonten, inclusief een Dirndl-verkiezing, in een armzalig ogende half lege feesttent.’
‘Ik heb het ook gezien. Inderdaad een fraai programma. Die films van de VPRO onderscheiden zich bovendien altijd van andere documentaires door dat typische licht ervan. Is je dat nooit opgevallen? Documentaires die door de VPRO zijn gemaakt, haal je er altijd zo uit. Op grond van het aparte, speciale licht.’
‘Ja, nu je het zegt. Daar zit wat in. Dat is me inderdaad wel eens opgevallen.’
‘Ja, en daarna kwam die nieuwe humoristische dramaserie van de VARA, “Volgens Robert”, toch?’
‘Ja, klopt. Wat me aangenaam verraste was de leadermuziek. “Till the morning comes” van Neil Young, integraal ten gehore gebracht, één minuut en zeventien secondes, van het album “After the goldrush” uit 1970. Dat liedje had ik al eeuwen niet meer gehoord. Maar ik werd er wel erg vrolijk van en dat beschouw ik in deze donkere, koude dagen van februari niet als een luxe.’
‘Deze winter duurt te lang.’
‘Ja, veel te lang. Overigens leverde de VARA met “Volgens Robert” wel leuk amusement. Niet al te hoogstaand, maar verdienstelijk. Daarna volgde “Andere tijden”, over kinderen die tijdens de Tweede Wereldoorlog ter wereld waren gekomen en waarvan de vaders Duitse militairen waren die tot de bezettingsmacht behoorden. De bezetter had zelfs een speciale kraamkliniek ingericht waar de Nederlandse moeders (toen moffenmeiden of moffenhoeren genoemd) konden bevallen, de Boerhaavekliniek, ofwel Baarhoeve. Weer zo’n trieste episode uit die organische brok epiek die de Tweede Wereldoorlog vertegenwoordigt. En toen “Andere tijden” afgelopen was, kwam het journaal. En toen kwam Brandhout dat weer niets voorstelde.’
‘Brandhout zuigt, echt waar.’
‘Ja. En toen maakte ik aanstalten om naar bed te gaan. Dan doet zich het moment voor dat mijn dochter mij altijd moet plagen door snel naar SBS6 te zappen. Daar voltrekt zich op de zondagavond rond elf uur het programma “Reportage”, gepresenteerd door Pepijn Bierenhutspot. Mijn dochter weet dat ik een bloedhekel aan Pepijn Zuipenbroodspot heb. De stem van die kerel alleen al... Maar goed, mijn dochter switchte dus naar SBS6. Naar Pepijn Harkendroogstrot. De aflevering van “Reportage” droeg als titel “Super size seks” en ging over het seksleven van extreem dikke nymfomanes. Getoond werd een volledig naakte vrouw van 261 kilogrammen die er wel pap van lustte en die bovendien volledig aan haar trekken kwam want ze kon genoeg mannen vinden die haar aanbeden en die hun best deden om haar te bevredigen, nadat ze zich een weg door alle huidplooien en kwabben en vetrollen had weten te banen. De aanblik van dat vrouwspersoon vormde voor mij de aanleiding om mij met gezwinde spoed naar mijn sponde te begeven zodat ik mij de volgende dag weer trouw en plichtsgetrouw bij mijn werkgeven zou kunnen melden. Exit weekend. Exit televisie-weekend.’
© 2013 Leo van der Sterren
‘Goed, goed, geen klagen. Wel wat aan de korte kant. Maar goed, da’s standaard.’
‘En hoe was jouw televisie-weekend?’
‘Goed, goed, geen klagen. Wel wat aan de magere kant. Maar goed, da’s standaard.’
‘Heb je nog opmerkelijke dingen gezien?’
‘Yep.’
‘Nou, vertel dan!’
‘Welnu, het begon vrijdagavond natuurlijk met Wouter Klootwijk die zich druk maakte over kokkels uit de Waddenzee die in Nederland niet geconsumeerd worden maar in Spanje juist wel. Klootwijk laat altijd wel iets bijzonders zien. Dat gold overigens niet voor het verdere televisieaanbod van die avond.’
‘O? Wat heb je de rest van de avond gedaan dan?’
‘Een beetje kletsen met vrouw en dochter. Met een half oog nog naar het televisiescherm geloerd. Maar van het televisieaanbod van die avond is niet veel beklijfd.’
‘Oké, en de zaterdag dan?’
‘Zaterdagavond zijn we eerst uit gaan eten. Daardoor misten we deel drie van “Freddy, leven in de brouwerij”, die dramaserie van de TROS over het leven van Freddy Heineken. Deel 1 en 2 hadden we wel gekeken. Maar deel 3 hebben we dus gemist. Bewust gemist want ik had het ook niet opgenomen. Dat geeft al aan hoeveel interesse we nog hadden voor deze dramaserie. Niets meer dus!’
‘Da’s niet zo mooi. Daar heeft de TROS zo zijn best op gedaan.’
‘Kan wel zijn, maar is niet anders. Hoe dan ook, nadat we thuis waren gekomen van ons uitje, verdiepte ik mij in het boek dat ik nu aan het lezen ben: “Noord” van Louis-Ferdinand Céline. Op een gegeven moment gingen mijn vrouw en mijn dochter naar bed. Rond een uur of half twee ’s nachts rustte ik even uit van mijn lectuur. Ik ging wat zappen en kwam toen bij “The godfather II” uit. Veronica zond achter elkaar deel een en twee uit. Die zender liet ik erop staan, met het geluid uit en muziek aan (Grand Funk Railroad, “On time”). Ik nam mijn boek weer ter hand, maar werd telkens afgeleid door wat er zich op het scherm afspeelde. En op zeker moment heb ik het boek weggelegd en me op de film geconcentreerd. Een prachtfilm, inderdaad. Spannend. Episch. Goede acteurs. En wat een geweldadigheid. Maar te midden van al het geweld vond ik de scène waarin Kay (Diane Keaton) aan haar man Michael Corleone (Al Pacino) opbiecht dat de misgeboorte waardoor hun derde kind (en tweede zoon) dood ter wereld was gekomen, geen miskraam was, maar een door Kay gewilde abortus, het meest indrukwekkend. Deze passage van de film geeft de morele dilemma’s en de intense ellende van de protagonisten te midden van al hun rijkdom en macht op wel heel pregnante en schrijnende wijze weer.
De volgende transcriptie van de scène maakt (hopelijk) duidelijk wat ik bedoel.
“Kay: Oh, oh Michael, you are blind. It wasn’t a miscarriage – it was an abortion. An abortion, Michael. Just like our marriage is an abortion. Something that’s unholy and evil. I didn’t want your son, Michael – I wouldn’t bring another one of you sons into this world. It was an abortion, Michael. It was a son, Michael, a son and I had it killed – because this must all end.
[Michael's eyes begin to bulge.]
Kay: I know now that it’s over now – I knew it then – there would be no way, Michael, no way you could ever forgive me. Not with this Sicilian thing that’s been going on for 2000 years.
[Michael loses control. He slaps Kay across the face. She falls onto the couch.]”
Toen de film afgelopen was, om kwart voor vijf op zondagochtend, sleepte ik mezelf toch maar eens naar bed.’
‘Zo, da’s laat!’
‘Ach, moet kunnen. Weekend hè’
‘En de zondag?’
‘Uiteraard geen Studio Sport. Die vaderlandse voetbalcompetitie kan me gestolen worden, vooral als dat stelletje kleuters in de catacomben van De Kuip die voetbalcompetitie als bokscompetitie voort wil zetten. We hebben als eerste naar “De grens” gekeken, een documentaire in zes delen over Nederlandse grensstreken, gepresenteerd door Tommy Wieringa. Dit eerste deel ging over de grens bij Drenthe die het Bourtangermoeras in een Duits en een Nederlands deel splitst. “De Drent is een gedrocht, dat is gewrocht uit turf, jenever en achterdocht.” Fascinerend. Maar ik zat me ook af te vragen waarom mij deze documentaire (en over het algemeen dit soort documentaires) zo boeide. Natuurlijk komt dat door de verhalen en omdat er over een landschap altijd meer te vertellen valt dan er in de regel zichtbaar is. Het landschap van het Bourtangermoeras is bovendien een schuldig landschap, omdat er zich veel ellendige dingen hebben afgespeeld. Hier was het hoogveen. De ontginning ervan door pioniers en turfstekers vond vaak onder erbarmelijke omstandigheden plaats. Hier liggen de massagraven waarin gedurende de Tweede Wereldoorlog vele Russische krijgsgevangenen werden begraven. Honderdduizend, zo meldt een ooggetuige, al zal dat getal ietwat overdreven zijn. Maar er was ook het fragment over illegale zendamateurs die in het midden van nergens hun hobby uitoefenen, zuipend en al. En over een Oktoberfeest naar Duitse zeden en gewoonten, inclusief een Dirndl-verkiezing, in een armzalig ogende half lege feesttent.’
‘Ik heb het ook gezien. Inderdaad een fraai programma. Die films van de VPRO onderscheiden zich bovendien altijd van andere documentaires door dat typische licht ervan. Is je dat nooit opgevallen? Documentaires die door de VPRO zijn gemaakt, haal je er altijd zo uit. Op grond van het aparte, speciale licht.’
‘Ja, nu je het zegt. Daar zit wat in. Dat is me inderdaad wel eens opgevallen.’
‘Ja, en daarna kwam die nieuwe humoristische dramaserie van de VARA, “Volgens Robert”, toch?’
‘Ja, klopt. Wat me aangenaam verraste was de leadermuziek. “Till the morning comes” van Neil Young, integraal ten gehore gebracht, één minuut en zeventien secondes, van het album “After the goldrush” uit 1970. Dat liedje had ik al eeuwen niet meer gehoord. Maar ik werd er wel erg vrolijk van en dat beschouw ik in deze donkere, koude dagen van februari niet als een luxe.’
‘Deze winter duurt te lang.’
‘Ja, veel te lang. Overigens leverde de VARA met “Volgens Robert” wel leuk amusement. Niet al te hoogstaand, maar verdienstelijk. Daarna volgde “Andere tijden”, over kinderen die tijdens de Tweede Wereldoorlog ter wereld waren gekomen en waarvan de vaders Duitse militairen waren die tot de bezettingsmacht behoorden. De bezetter had zelfs een speciale kraamkliniek ingericht waar de Nederlandse moeders (toen moffenmeiden of moffenhoeren genoemd) konden bevallen, de Boerhaavekliniek, ofwel Baarhoeve. Weer zo’n trieste episode uit die organische brok epiek die de Tweede Wereldoorlog vertegenwoordigt. En toen “Andere tijden” afgelopen was, kwam het journaal. En toen kwam Brandhout dat weer niets voorstelde.’
‘Brandhout zuigt, echt waar.’
‘Ja. En toen maakte ik aanstalten om naar bed te gaan. Dan doet zich het moment voor dat mijn dochter mij altijd moet plagen door snel naar SBS6 te zappen. Daar voltrekt zich op de zondagavond rond elf uur het programma “Reportage”, gepresenteerd door Pepijn Bierenhutspot. Mijn dochter weet dat ik een bloedhekel aan Pepijn Zuipenbroodspot heb. De stem van die kerel alleen al... Maar goed, mijn dochter switchte dus naar SBS6. Naar Pepijn Harkendroogstrot. De aflevering van “Reportage” droeg als titel “Super size seks” en ging over het seksleven van extreem dikke nymfomanes. Getoond werd een volledig naakte vrouw van 261 kilogrammen die er wel pap van lustte en die bovendien volledig aan haar trekken kwam want ze kon genoeg mannen vinden die haar aanbeden en die hun best deden om haar te bevredigen, nadat ze zich een weg door alle huidplooien en kwabben en vetrollen had weten te banen. De aanblik van dat vrouwspersoon vormde voor mij de aanleiding om mij met gezwinde spoed naar mijn sponde te begeven zodat ik mij de volgende dag weer trouw en plichtsgetrouw bij mijn werkgeven zou kunnen melden. Exit weekend. Exit televisie-weekend.’
© 2013 Leo van der Sterren
Abonneren op:
Reacties (Atom)