Posts tonen met het label leeslijst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leeslijst. Alle posts tonen

dinsdag 16 januari 2024

De leeslijst van 2023

 1.  Rob Hartmans, ‘T.S. Eliot. De vele gezichten van een conservatieve modernist’. Amsterdam, 2022.
 
2. Andrea Wulf, ‘Rebelse genieën. De eerste romantici en de uitvinding van het ik’. Amsterdam/Antwerpen, 2022.
 
3. Carlos Ruiz Zafón, ‘De nevelprins’. Utrecht, 2010. Poeh! Niks aan.
 
4. Huub Mous, ‘Modernisme in Lourdes. Gerard Reve en de secularisering’. Soesterberg, 2014. Ik ben tot bladzijde 177 gekomen. Ik heb bijna niets van dit boek begrepen terwijl het volgens mij toch niet zo moeilijk was. Ik geef de auteur het voordeel van de twijfel en houd het er op dat het aan mij ligt.
 
5. Uwe Wittstock, ‘Februari 1933. De winter van de literatuur’. Amsterdam, 2022.
 
6. Emir Suljagić, ‘Een landkaart van het verdwijnen. Terug naar Srebrenica’. Amsterdam, Antwerpen, 2022.
 
7. Ali Smith, ‘Herfst’. Amsterdam, 2021 [2018]. De Mozart onder de contemporaine Engelse romanciers, met haar perfecte beheersing van licht en donker.
 
8. Wilfrid Lupano & Léonard Chemineau, ‘De boekenezel van Córdoba’. Antwerpen, 2022.
 
9. J.R.R. Tolkien, ‘In de ban van de ring’. Amsterdam, 2011.
 
10. Ali Smith, ‘Winter’. Amsterdam, 2021 [2018].
 
11. Ali Smith, ‘Lente’. Amsterdam, 2021 [2019].
 
12. Robert D. Kaplan, ‘De Adriatische Zee. Een geopolitieke reis door Zuidooost-Europa’. Amsterdam, 2022.
 
13. Ali Smith, ‘Zomer’. Amsterdam, 2021 [2020].  Het seizoen-vierluik van Ali Smith uitgelezen en erdoor overrompeld.
 
14. Cormac McCarthy, ‘Meridiaan van bloed’. Amsterdam, 2022 [1997]. Opnieuw overrompeld. Ali Smith en Cormac McCarthy: Wat lezen betreft kan het jaar al niet meer stuk!
 
15. Florian Jacobs, ‘Blijven is nergens. Het Europa van Rilke’. Amsterdam, 2022.  Schitterend boek. Maar ik vind het moeilijk om Rilke te kunnen waarderen, als dichter en als mens.
 
16. Dante Alighieri, ‘Het Nieuwe Leven’. Amsterdam, 1919.
 
17. Dante Alighieri, ‘Vita Nuova’. Oxford, 2008 [1992].
 
18. Jean Rhys, ‘De wijde Sargassozee’. Amsterdam, 2020.
 
19. Sandra Langereis, ‘Erasmus. Dwarsdenker. Een biografie’. Amsterdam, 2021. Ik heb dit boek verslonden. Zoveelste capitulatie van dit nog maar net begonnen jaar.
 
20. Sandra Langereis, ‘Erasmus’ Lof der zotheid’. Amsterdam, 2022. De korte ‘Lof’ uit 1511, herverteld door Langereis.
 
21. Erasmus, ‘Lof der zotheid’. Utrecht, Antwerpen, 1985 [1969]. De lange, of in elk geval langere ‘Lof’.
 
22. Annie Ernaux, ‘De jonge man’. Amsterdam, Antwerpen, 2023.
 
23. Tom Rooduijn, ‘Revelaties. Gerard Reve over zijn Werk & Leven’. Schoorl, 2002.
 
24. Theodor Holman, ‘Gerardje. Notities van een Reve-liefhebber’. Amsterdam, 2009.
 
25. Lize Spit, ‘De eerlijke vinder’. Amsterdam, 2023.
 
26. Martin Michael Driessen, ‘Het paard van Saulus’. Haarlem, 2023.
 
27. Thomas Rosenboom, ‘De rode loper’. Amsterdam, Antwerpen, 2012. Het is niet te bevatten dat dit flutboek is geproduceerd door de persoon die ‘Gewassen vlees’ en ‘Publieke werken’ heeft geschreven.
 
28. Martin Michael Driessen, ‘Thaon-les-Vosges’. Haarlem, 2020.
 
29. Quentin Tarantino, ‘Once Upon a Time in Hollywood’. Amsterdam, 2021. Afgezien van het slot volgt het boek de film, maar het bevat bovendien prachtige uitweidingen. Aanrader voor elke liefhebber van de films van Quentin Tarantino, vooral als je ‘Once Upon a Time in Hollywood’ zijn op een na beste vindt.
 
30. Martin Michael Driessen, ‘Dover’. Haarlem, 2020.
 
31. Martin Michael Driessen, ‘Linderhof’. Haarlem, 2020.
 
32. Martin Michael Driessen, ‘Pierre Condé: De duiven van Bailleul’. Haarlem, 2023.
 
33. Debra Tate, ‘Sharon Tate Recollection’. Philadelphia, London, 2014.
 
34. Amazing Ameziane, ‘Quentin over Tarantino’. Haarlem, 2023.
 
35. Marcia Luyten, ‘Het geluk van Limburg’. Amsterdam, 2023 [2015]. Ook al ben ik zelf een Limburger, veel van wat Marcia Luyten in haar prachtige boek optekent, wist ik niet.
 
36. Adania Shibli, ‘een klein detail’. Opnieuw een openbaring. Beklemmend maar meesterlijk.
 
37. Thomas Heerma van Voss, ‘Omwegen. Een wandeling’. Amsterdam, 2023.
 
38. Annelies Verbeke, ‘Koude soep. Een wandeling’. Amsterdam, 2023.
 
39. Jip van den Toorn, ‘Crisis’. Amsterdam, 2022.
 
40. Katherine Mansfield, ‘Gelukzalig’. Amsterdam, 1985.
 
41. P. Craig Russell, ‘Richard Wagners Der Ring des Nibelungen’. Ludwigsburg, 2023. De getekende versie van Wagners grote operacyclus. De weergave is traditioneel, dus met vroegmiddeleeuwse borstharnassen en berenvellen.
 
42. Pascal Mercier, ‘Nachttrein naar Lissabon’. Amsterdam, 2009 [2006].
 
43. Jeff Guinn, ‘Manson. The Life and Times of Charles Manson’. New York, 2013. Vlot geschreven boek over deze, voor de criminaliteit in de wieg gelegde, maar tot een soort goeroe uitgroeiende babbelaar. Fascinerende beschrijving ook van het Amerika van na de Tweede Wereldoorlog.
 
44. Julia Schoch, ‘Das Liebespaar des Jahrhunderts’. München, 2023.
 
45. Robert Loesberg, ‘Enige defecten’. Amsterdam, 2012 [1974].
 
46. Mensje van Keulen, ‘Moeder en pen. Dagboek 1979 – 1983’. Amsterdam, 2023.
 
47. Mensje van Keulen, ‘Liefde heeft geen hersens’. Amsterdam, 2012.
 
48. Katherine Mansfield, ‘In een Duits pension’. Tricht, 1988.
 
49. Rosemary Lord, ‘Los Angeles Then and Now’. London, 2018.
 
50. Wangechi Mutu, ‘Intertwined’. London, New York, 2023.
 
51. Antonio Scurati, ‘M. De laatste dag van Europa’. Amsterdam, 2023. In het laatste deel van diens trilogie over Mussolini beschrijft Scurati hoe Hitler de wereld in de oorlog stort en hoe Mussolini en Italië voortdurend heen en weer bewogen tussen bravoure, twijfel en schok achter de niets ontziende Teutoon aan hobbelen en toch ook maar voor de oorlog – aan Duitslands zijde – kiezen. Tot mijn spijt moest ik echter vaststellen dat de audiëntie van Ezra Pound bij de Italiaanse dictator in januari 1933 geen plaats heeft gekregen in de trilogie. Wat mij betreft een gemiste kans.
 
52. Sebastian Barry, ‘De verre voortijd’. Amsterdam, 2023. Een indrukwekkend, aangrijpend boek!
 
53. Robert Loesberg, ‘Een eigen auto’. Amsterdam, 1977.
 
54. Ry Cooder, ‘Los Angeles Stories’. San Francisco, 2011. Schitterend boek dat naadloos aansluit bij Cooders muzikale tour de force ‘Chávez ravine’.
 
55. Bart van Loo, ‘Mijn Frankrijk. Literatuur, cuisine, erotiek en chanson’. Amsterdam, 2022. Ik kwam er niet doorheen, door deze oninteresante pil. Na een kleine honderd bladzijdes afgehaakt.
 
56. Nico Rost, ‘Weerzien met Waterloo’. In: ‘De Nieuwe Stem. Jaargang 13’. Arnhem, 1958.
 
57. Bart van Loo, ‘Napoleon. De schaduw van de revolutie’. Antwerpen, Amsterdam, 2014.
 
58. Nicolien Mizee, ‘Dwaalgast. Een wandeling’. Amsterdam, 2023.
 
59. Inge Schilperoord, ‘Windstilte. Een wandeling’. Amsterdam, 2023.
 
60. Ilja Leonard Pfeijffer, ‘Alkibiades’. Amsterdam, 2023.
 
61. R. A. Cornets de Groot, ‘Labirinteek’. Den Haag, 1968.
 
62. Kevin Courrier, ‘Trout Mask Replica’. New York, London, 2007. Boekje in de ’33 1/3’-reeks over het album ‘Trout Mask Replica’ van Captain Beefheart & His Magic Band’ uit 1969, voor mij een van de beste geluidsdocumenten ooit gemaakt.
 
63. José René Cruz, ‘Francisco de Goya’s engravings’. 2021.
 
64. Jacques Presser, ‘Napoleon. Historie en legende’. Amsterdam, 1978 [1946]. Een verpletterende studie. Presser laat van Bonaparte geen spaan heel. Hij verbrijzelt de legende en het beeld dat dan overblijft en beklijft is dat van een gewetenloze, niets ontziende mensenslachter. Maar ook van een man van wie verwacht wordt dat hij weet wat hij doet. En dat weet hij vaak juist niet. En dus doet hij maar wat hem goed dunkt. Dit boek heeft me genoopt om mijn visie op de keizerlijke korporaal bij te stellen. Ik plaats hem nu in de directe omgeving van die andere mensverslinders, Hitler, Stalin en Mao, en wel op plaats nummer vier.
 
65. Jacques Presser, ‘De nacht der Girondijnen’. Amsterdam, 2018 [1957].
 
66. ‘Broken Arrow. Neil Young appreciation society. Issue 96. November 2004’. Fyfe (Scotland), 2004.  Dit nummer van Broken Arrow staat in het teken van de niet al te plezierige stadiontournee die Neil Young van januari tot maart 1973 afwerkte en wordt goeddeels gevuld door Pete Longs reconstructie van deze monsteronderneming. De tournee van het eerste kwartaal van 1973 staat al van voor het begin onder een slecht gesternte. In de aanloop naar de tournee, gedurende de repetities, had Neil Young zijn vriend Danny Whitten, gitarist en zanger van Crazy Horse, weg moeten sturen omdat die niet kon functioneren als gevolg van diens verslaving aan heroïne. Nog op de dag dat Young Whitten naar huis had gestuurd, overleed Whitten aan een overdosis heroïne. Young was er helemaal kapot van. Ten tweede klaagden leden van de begeleidingsgroep van Young over een slechte salariëring wat uiteindelijk leidde tot de vervanging van Kenny Buttrey door John Barbata. Dan wilde Young per se een aantal liedjes ten gehore brengen, in wat de Harvest-tournee moest zijn (en uiteindelijk ook was), die volstrekt nieuw waren. Er waren muzikaal-technische problemen onder andere met de monitoring van de zang en Youngs Gibson V-gitaar. Ten slotte zal Young, die vanwege zijn geduchtheid voor epileptische aanvallen zich verre hield van drugs, op sommige momenten te diep in het glaasje gevuld met Jose Cuervo gekeken hebben.
 
67. Adam Zamoyski, ‘Napoleon. De man achter de mythe’. Amsterdam, 2018. Dit boek zou je een ouderwets geschiedenisverhaal kunnen noemen en laat, zeker nadat je net Jacques Pressers ‘Napoleon’ hebt gelezen, een gevoel van deceptie achter. Zamoyski dist de feiten op, zowel de grote als de kleine, met overigens weinig aandacht voor krijgsfeiten waarover elders al genoeg is uitgeweid. Zamoyski weet en vertelt soms hoe laat en met wie Bonaparte dineert en dat hij in de nacht na de slag bij Borodino niet kan slapen. Er staan meer van dit soort niet echt ter zake doende details in dit boek (hoe laat ‘s avonds hij thuis in Parijs aankwam na het Russische debacle en zijn desertie van zijn Grote Leger). Maar de door de mythologie rondom hem onzichtbaar geworden ‘echte’ Bonaparte, die is al veel eerder en veel beter beschreven, net als de totstandkoming en werking van dat immense weefsel van mythes. Dat gebeurde onder andere door de voornoemde Presser, maar zelfs de auteur van het rijkelijk geïllustreerde (niet voor niets uitgegeven door De Geïllustreerde Pers) boekwerkje in de reeks ‘De groten van alle tijden’ over Bonaparte uit 1968 [1965] rept van ‘een  legende, waaraan hij in zijn twintigjarige carrière bewust had gebouwd’.
 
68. Renate Dorrestein, ‘Pas goed op jezelf’. Vianen, Antwerpen, 2011.
 
69. Renate Dorrestein, ‘Heiligenlevens en bananenpitten’. Naarden, 2009.
 
70. Martin Walser, ‘Dood van een criticus’. Breda, 2003. Wat een gedrocht, dit boek.
 
71. Thomas Gray, ‘Treurzang geschreven op een dorpskerkhof’. Amsterdam, 2016.
 
72. Olga Tokarczuk, ‘Jaag je ploeg over de botten van de doden’. Amsterdam, 2020.
 
73. Ia Genberg, ‘De details’. Amsterdam, 2023.
 
74. René van Stipriaan, ‘Het reisboek van Willem van Oranje’. Amsterdam, 2023.
 
75. William Blake, ‘Verzen van Onschuld en van Ervaring’. Amsterdam, 2016.
 
76. William Blake, ‘Het Huwelijk van Hemel en Hel’. Utrecht, 2001.
 
77. Alexander Pope, ‘The Rape of the Lock’. Oxford, 2007.
 
78. Harry G. M. Prick, ‘Een andere Boudewijn Büch’. Soesterberg, 2006 [2005].  Vermoeiend. Moe makend. Gapen.
 
79. Maurice Gilliams, ‘Een bezoek aan het prinsengraf. Essay over de dichter Paul van Ostaijen 1951 – [1975]’. In ‘Vita brevis III’. Brugge, 1977.
 
80. Babs Gons, ‘doe het toch maar’. Amsterdam, Antwerpen, 2023 [2021].
 
81. Adam Zamoyski, ‘1812. Napoleons fatale veldtocht naar Moskou’. Amsterdam, 2008 [2005].
 
82. George Steiner, ‘Waarom denken treurig maakt. Tien (mogelijke) redenen’. Kampen, 2009.
 
83. Nele Pollatschek, ‘Kleine Probleme’. Berlin, 2023.
 
84. Stefan Hertmans, ‘George Steiner: Terug naar de teksten. Maar hoe?’. In: De Gids. Jaargang 154 (1991). Nummer 3.
 
85. Umberto Eco en Milo Manara, ‘De naam van de roos’. Amsterdam, 2023.
 
86. Bette Westera & Sylvia Weve, ‘Zo voelt dat’. Haarlem, 2023.
 
87. Nele Pollatschek, ‘Dear Oxbridge. Liebesbrief an England’. Berlin, 2021 [2020].
 
88. Annie Ernaux, ‘De schaamte’. Amsterdam, 2022 [1998].
 
89. Max de Jong, ‘Heet van de naald en andere gedichten’. Amsterdam, 2014.
 
90. Rashid Khalidi, ‘De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet’. Amsterdam, 2023. Helaas zeer actueel. Onthullend en onthutsend.
 
91. Milo Manara, ‘Gullivera’. Los Angeles, 2016.
 
92. Edward Brooke-Hitching, ‘The Devil’s Atlas. An explorer’s Guide to Heavens, Hells and Afterworlds’. London, 2021.
 
93. Otto Waalkes, ‘Ganz große Kunst. 75 Meisterwärke’. München, 2023.
 
94. Elin Cullhed, ‘Euforie. Een roman over Sylvia Plath’. Amsterdam, 2022.
 
95. Edward Brooke-Hitching, ‘The Madman’s Library. The Strangest Books, Manuscripts and Other Literary Curiosities from History’. San Francisco, 2020.
 
96. Ted Hughes, Verjaardagsbrieven. Birthday Letters’. Amsterdam, 1998.
 
97. Erica Wagner, ‘Ariel’s Gift. Ted Hughes, Sylvia Plath and the story of Birthday Letters’. London, 2000.
 
98. Janet Malcolm, ‘The Silent Woman. Sylvia Plath & Ted Hughes’. London, 2020 [1993].
 
99. Keith Sagar, ‘The Laughter of Foxes. A Study of Ted Hughes’. Liverpool, 2000.
 
100. Frank van Dijl, ‘”Misschien maak ik het mezelf veel te moeilijk”. Over Brief uit het verleden en Brief door tranen uitgewist van Gerard Kornelis van het Reve’. Leiden, 2023.
 
101. Rainer Maria Rilke, ‘Brieven aan een jonge dichter’. Amsterdam, 2021 [1985].
 
102. Hanan Faour, ‘schervenstad’. Amsterdam, 2022. Indrukwekkend boek.
 
103. Ronen Bergman, ‘Rise and Kill First. The Secret History of Israel’s Targeted Assasinations’. London, 2018. Toen ik met lezen begon, dacht ik: dit is weer een van die ellenlange, en daardoor saaie enumeraties van dingen die zich in het verleden hebben voorgedaan. En zo’n opsomming is het ook. Alleen weet Bergman de lezer met verbluffend gemak en met een aanstekelijke bezieldheid door dat feitenrelaas mee te slepen – een feitenrelaas dat overigens onthutst en opnieuw, helaas, weer aansluit bij de actualiteit van na 7 oktober 2023. Wat ik me trouwens op en na 7 oktober telkens weer heb afgevraagd is hoe het mogelijk is dat de diverse Israëlische inlichtingendiensten geen kennis hebben gehad van het op handen zijnde offensief van Hamas. De lezing van dit boek heeft mijn verbijstering daarover alleen maar bevestigd en vergroot, en wel zodanig dat ik moet concluderen dat het niet kan. Ps.: En dat het ook niet het geval was, is gebleken. Maar de Israëlische inlichtingendiensten geloofden gewoon niet wat ze vernomen hadden.
 
104. Jean Daive, ‘Devant l’Amstel’. Marseille, 2023. Met dank aan Johan Velter te Gent.
 
105. Martin Heidegger, ‘De oorsprong van het kunstwerk’. Amsterdam, 2009.
 
106. Fabrice Moireau & Carl Norac, ‘Toits de Paris’. Paris, 2017.
 
107. Bob Polak, ‘Bij het gedicht “Heet van de naald” van Max de Jong’. Leiden, 2022.
 
108. Edward Brooke-Hitching, ‘The Phantom Atlas. The Greatest Myths, Lies and Blunders on Maps’. London, 2018.
 
109. Jan Siebelink, ‘Brengschuld’. Amsterdam, 2022.
 
110. De Parelduiker. Jaargang 28, 2023. Nummer 5.
 
111. Barbara Stok, ‘Vincent’. Amsterdam, 2022 [2012].
 
112. Jacqueline Rose, ‘The Haunting of Sylvia Plath’. London, 2014 [1991].
 
© 2023 Leo van der Sterren

vrijdag 30 december 2022

De leeslijst van 2022

 1.  Alex Doßmann, Susanne Regener,  ‘Fabrikation eines Verbrechers. Der Kriminallfall Bruno Lüdke als Mediengeschichte’. Leipzig, 2018. Beter had het jaar niet kunnen beginnen. Op 1 januari begonnen had ik dit boek al op 3 januari 2022 uit. Maar het gaat dan ook om een fascinerend boek waarin de geschiedenis, gedurende het Derde Rijk, van en rondom de zogenaamde seriemoordenaar Bruno Lüdke door nauwkeurige recherche en geïnternaliseerd scepticisme gedeconstrueerd en vervolgens opnieuw geconstrueerd wordt. In het kielzog daarvan spelen allerlei andere verhalen een rol die de lezer niet zelden van de ene in de andere verbazing doen vallen.

2. Barbara Stok, ‘De Filosoof de Hond en de Bruiloft’. Amsterdam, 2021. 

3. James Joyce, ‘Zelfportret van de kunstenaar als jonge man’. Amsterdam, 2014. Vertaling van Henkes en Bindervoet.

4. James Joyce, ‘Een portret van de kunstenaar als jongeman’. Amsterdam, 2009 [1972]. De vertaling van Henkes en Bindervoet is mooier, of hoe zeg je dat op z’n moderns: dynamischer. Maar soms verdacht ik ze ervan, de zaken moeilijker dan nodig te maken. Maar ja, dat deed Joyce uiteindelijk ook.
 
5. Peter de Voogd, ‘De invloed van Joyce op Sterne’. Amsterdam, 1991.
 
6. Simone van der Vlugt, ‘De kaasfabriek’. Amsterdam, 2020.
 
7. Nicci French, ‘Wie niet horen wil’. Amsterdam, 2021.
 
8. Agatha Christie, ‘Het kromme huis’. Amsterdam, 2015.
 
9. H. van Capelle, A.P. van de Bovenkamp, ‘De Berghof. Hitlers verborgen machtscentrum’. Weesp, 1989 [1985].
 
10. Lois Hechenblaikner, Andrea Kühbacher, Rolf Zollinger, ‘Keine Ostergrüsse mehr! Die geheime Gästekartei des Grandhotel Waldhaus in Vulpera’. Zürich, 2021.
 
11. Agatha Christie, ‘De eindeloze nacht’. Amsterdam, 2015.
 
12. Alexander Kluge, ‘Lente met witte vlaggen. April 1945’. Amsterdam, 2021. Zeer indrukwekkend boek over de laatste maand van het Europese slagveld gedurende de Tweede Wereldoorlog.
 
13. Mark Mazower, ‘Salonica. City of Ghosts. Christians, Muslims and Jews 1430 – 1950’. London, 2004.
 
14. Joan Mitchell, ‘I carry my landscapes around with me’. New York, 2019.
 
15. Peter Longerich, ‘Wannseekonferenz. Der Weg zur Endlösung’. München, 2017 [2016].
 
16. Paulien Cornelisse, ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’. Amsterdam, Antwerpen, 2010 [2009]. Ik ben tot bladzijde 70 gekomen. Er zit een goudkleurig stickertje op het exemplaar dat ik bezit: ‘300.000 verkocht’. Wat zo’n getal niet allemaal zegt…
 
17. Gerard Reve, ‘Zeer Fijne Boy. Brieven aan Jef R. (1986 – 1997)’. Gent, 2022.
 
18. Hans-Michael Speier (ed.), ‘Interpretationen. Gedichte von Paul Celan’. Stuttgart, 2010 [2002].
 
19. Walter Kempowski, ‘Das Echolot. Ein kollektives Tagebuch. Barbarossa ’41’. München, 2019 [2002].
 
20. Imme Dros, ‘Taal is alles wat het geval is’. Amsterdam, 2022 [2021].
 
21. Florian Bachmeier, ‘In Limbo’. Berlin, 2021.
 
22. Anna Haag, ‘»Denken ist heute überhaupt nicht mehr Mode« Tagebuch 1940 – 1945’. Stuttgart, 2021. Indrukwekkende dagboekpagina’s van een moedige vrouw in een onvoorstelbare en onbegrijpelijke tijd.
 
23. Kristof Smeyers, ‘Raaf. Cultuurgeschiedenis in vogelvlucht’. Aalter, 2022.
 
24. Yasmina Reza, ‘Serge’. Amsterdam, 2021.
 
25. Erik Somers & René Kok, ‘Adolf Hitler. De beeldbiografie’. Amsterdam, 2022.
 
26. Peter Handke, ‘Essay over de geslaagde dag’. Amsterdam, 2022 [1993].
 
27. Anne Provoost, ‘Beminde ongelovigen. Atheïstisch sermoen. Pamflet’. Amsterdam, Antwerpen, 2008.
 
28. Peter Handke, ‘Essay over de moeheid’. Amsterdam, 2022 [1990].
 
29. Ilja Leonard Pfeijffer, ‘Monterosso mon amour. Een novelle’. Amsterdam, 2022. Er valt van alles aan te merken op het Boekenweekgeschenk 2022. Dat het een cerebraal construct vertegenwoordigt waarin niet een mus zomaar van het dak valt (alleen de Giulia-lijn is wat aan de dunne kant). Dat ondanks het feit dat de novelle een hoog realiteitsgehalte heeft de auteur op geen enkel moment er naar heeft gestreefd om als geloofwaardig over te komen. Dat de taal ‘literair’ en soms zelfs bombastisch aandoet. Maar toch heb ik dit kleine boekje met heel veel plezier gelezen. Ik schoot zelfs een paar keer in de lach. Puttend uit mijn eigen ervaring weet ik dat een auteur geen groter compliment kan krijgen dan de bekentenis van een lezer dat een tekst hem heeft doen huilen of lachen.  
 
30. Jan van Bergen en Henegouwen, Jan Gordijn, Bart Noordegraaf en Hans Overheul (reds.), ‘De Schiedamse Jaren. Herinneringen aan Gerard Reve’. Schiedam, 2018.
 
31. Lotte Spreeuwenberg, ‘Liefde en revolutie’. Borgerhout, 2021.
 
32. Guillaume Apollinaire, ‘Het lied van de onbeminde. La chanson du mal-aimé. Vertaald en ingeleid door Paul Claes’. Bleiswijk, 2020.
 
33. Martin Walser, Cornelia Schleime, ‘Das Traumbuch, Postkarten aus dem Schlaf’. Hamburg, 2022.
 
34. Walter Kempowski, ‘Das Echolot. Ein kollektives Tagebuch. Band I, 1.1.- 17.1.1943’. München, 2016 [1993].
 
35. Daniel Knegt, ‘Fascisme’. Amsterdam, 2022.
 
36. Roxane van Iperen, ‘Eigen welzijn eerst’. Amsterdam, 2022.
 
37. Peter Lieb, ‘Krieg in Nordafrika 1940 – 1943’. Stuttgart, 2020.
 
38. Walter Kempowski, ‘Das Echolot. Ein kollektives Tagebuch. Band II, 18.1.- 31.1.1943’. München, 2016 [1993].
 
39. Jan Paul Hinrichs (samenstelling), ‘Passage Istanbul’. Amsterdam, 2001.
 
40. Myrte Leffring (samenstelling), ‘Ik vond vele reisgenoten. 20 gedichten ter ere van 20 jaar poëzietijdschrift Awater’. Rotterdam, 2022.
 
41. Stine Jensen, ‘De beloning. Een wandeling’. Amsterdam, 2022.
 
42. Joyce Roodnat, ‘Met moeder mee. Een wandeling’. Amsterdam, 2022.
 
43. Marcel Janssen, ‘Meisje/een tulp in november’. Venray, 2001. Gedichten vol dichterlijke vrijheden en woest-romantische liefdesdingen.
 
44. Curzio Malaparte, ‘Kaputt’. Amsterdam, 2011 [2005]. Er valt zeker weten veel te zeggen over, en misschien wel af te dingen op dit boek en op de auteur ervan, Curzio Malaparte. Ik weet dat niet; ik was niet bij de gebeurtenissen die Malaparte beschrijft, nog niet eens geboren. Maar ‘Kaputt’ behoort tot die kleine verzameling boeken die, althans op mij, een onuitwisbare indruk achterlaten, zoals, bij de Tweede Wereldoorlog blijvend, ‘De welwillenden’ van Johathan Littell een niet meer uit het bewustzijn te eraderen leeservaring vertegenwoordigde. Daarmee komt het aantal boeken dat ik dit jaar aan die verzameling van onvergetelijke boeken toe moet voegen, op twee: dit nummer 44 en de nummer 1 van deze leeslijst.
 
45. Irène Némirovsky, ‘Het bal’. Amsterdam, 2007.
 
46. Sander Kollaard, ‘Lentehonger’. Amsterdam, 2022.
 
47. Yolanda Entius, ‘Ogentroost’. Amsterdam, 2022.
 
48. Esther Jansma, ‘De spronglaag’. Amsterdam, 2022.
 
49. Lévi Weemoedt, ‘Pessimisme kun je leren! De mooiste versjes uitgekozen door Öczan Akyol’. Amsterdam, 2018.
 
50. Lévi Weemoedt, ‘Met enige vertraging’. Amsterdam, 2014.
 
51. ‘Zonnegloren. De mooiste verhalen gekozen door Matthijs van Nieuwkerk’. Amsterdam, 2022.
 
52. Walter Kempowski, ‘Das Echolot. Ein kollektives Tagebuch. Band III, 1.2.- 15.2.1943’. München, 2016 [1993].
 
53. Curzio Malaparte, ‘De Wolga ontspringt in Europa’. Amsterdam, 2022.
 
54. Peter Mendelsund, ‘What We See When We Read. A Phenomelogy’. New York, 2014.
 
55. Clemens Klünemann, ‘Sigmaringen. Eine andere Deutsch-französische Geschichte’. Berlin, 2019. De (gedwongen) vlucht in de herfst van 1944 van vijfduizend Vichy-collaborateurs naar Sigmaringen. Ze vechten elkaar de tent uit. Maarschalk Pétain, de baas van de marionettenregering van Vichy doet dat vanuit slot Hohenzollern. Zijn rivaal Laval, aanvankelijk ook gehuisvest in slot Sigmaringen, doet dat later vanuit slot Wilfingen. En Hitlers Franse favoriet Doriot vanuit Mainau.  De 4.997 overige exilanten vechten op de lagere niveaus hun eigen machtsstrijdjes uit, het laagste uit hun wezens naar boven halend. Maar, merkt Klünemann fijntjes op, als Céline deze bizarre episode uit de Tweede Wereldoorlog niet op de hem kenmerkende woeste manier beschreven had in ‘Van het ene slot naar het andere’, had zij niet de aandacht gekregen die haar daadwerkelijk ten deel is gevallen.
 
56. Virginia Woolf, ‘Naar de vuurtoren’. Amsterdam, 1981. Ooit, lang geleden al eens gelezen.
 
57. ‘De Parelduiker’. Jaargang 27. 2022. Nummer 3. Met (o.a.) een essay over de receptie van de werken van James Joyce in Nederland.
 
58. Peter Wapnewski, ‘Der Ring des Nibelungen. Richard Wagners Weltendrama’. München, 2014 [1995]. Niet voor beginnelingen, dit boek. Je moet de Ring enkele tientallen malen beluisterd hebben en de tekst een paar keer meegelezen hebben om deze tekst te kunnen waarderen. Maar dan opent dit boek talrijke boeiende wereldjes in dit drama van werelden.
 
59. Richard Wagner, ‘Der Ring des Nibelungen’. Mainz, 2013 [1913].
 
60. Philipp Felsch, ‘Wie Nietzsche aus der Kälte kam. Geschichte einer Rettung’. München, 2022.
 
61. Wolfgang Matz, ‘Frankreich gegen Frankreich. Die Schriftsteller zwischen Literatur und Ideologie’. Göttingen, 2017.
 
62. Walter Kempowski, ‘Das Echolot. Ein kollektives Tagebuch. Band IV, 16.2.- 28.2.1943’. München, 2016 [1993].
 
63. Thomas Hürlimann, ‘Nietzsches Regenschirm’. Frankfurt am Main, 2015.
 
64. Eric Bolle, ‘Hölderlin & Heidegger. Een andere aanvang van de filosofie’. Brussel, 2016.
 
65. Friedrich Nietzsche, ‘Ecce homo’. Amsterdam, 2005 [2000].
 
66. Rüdiger Safranski, ‘Hölderlin. Biografie van een mysterieuze dichter’. Amsterdam, Antwerpen, 2020. De ondertitel van deze Nederlandstalige uitgave deed mij walgen vanwege de blijk van kruideniersmentaliteit die bijvoorbeeld ook de Nederlandse Wikipedia vergalt (ik laat de Nederlandse Wikipedia links liggen – altijd). De Nederlandse boekuitgever – er zijn uitzonderingen, maar die zijn zeldzaam – is een boekverkoper. Maar er is meer. Hölderlin is in zijn vaderland tot in het extreme uitgegeven, ik doel natuurlijk op de Frankfurter Ausgabe. Ook Nietzsche heeft enkele adepten die tot het uiterste zijn gegaan in het uitgeven van zijn werk. Maar ook in andere landen kregen schrijvers de kritische uitgaven die zij op grond van hun verdiensten ook verdienen. Ik denk bijvoorbeeld aan de ‘Complete Works of Samuel Taylor Coleridge’. Maar niet in Nederland, o nee! Nederlandse literatuurminnaars die wachten op de kritische uitgaven van het werk van Nederlandse dichters en schrijvers? Wacht niet langer want die komen niet! Ben maar niet bang, die gaan niet gepubliceerd worden. Te tijdrovend, te omslachtig, kortom te duur! Facsimile’s van de gedichten van Nijhoff en Lucebert? Vergeet het maar. Tot slot, om Safranski recht te doen, de originele ondertitel in het Duits luidt: ‘Komm! Ins Offene, Freund! Biographie’.
 
67. Klaus Mann, ‘ Mefisto’. De Bilt, 2021 [1977].
 
68. Uwe Gonther & Jann E. Schlimme, ‘Hölderlin. Das Klischee vom umnachteten Genie im Turm’. Köln, 2020.
 
69. A. Alberts, ‘De eilanden’. Amsterdam, 2005.
 
70. Peter Trawny, ‘Heidegger und der Mythos der jüdischen Weltverschwörung’. Frankfurt am Main, 2015 [2014].
 
71. Johann Wolfgang Goethe, ‘Faust. Oerversie’. Amsterdam, 2003. Met daarnaast gelegen: ‘Faust. Frühe Fassung’ uit ‘Goethe. Faust. Texte. Herausgegeben von Albrecht Schöne’ en ‘Goethe. Faust. Kommentare. Von Albrecht Schöne’, Frankfurt am Main/ Leipzig, 2003 [1994].
 
72. Bart Moeyaert, ‘Morris de jongen die de hond vond’. Amsterdam, Antwerpen, 2022.
 
73. Femke Brockhus, ‘Kleine haperende vluchten’. Amsterdam, 2022.
 
74. Evert Peet, ‘De mythe van M. Gerard Reve en de maagd Maria’. Baarn, 1985.
 
75. Oscar Wilde, ‘Salome. Een tragedie’. Gagny-Parijs, 1999.
 
76. Hans Tentije, ‘Waarvandaan’. Amsterdam, 2022.
 
77. Jeffrey L. Sammons (ed.), ‘Die Protocolle der Weisen von Zion. Die Grundlage des modernen Antisemitismus – eine Fälschung . Text und Kommentar’. Göttingen 2021 [1998]. Eigenlijk de moeite en energie van het lezen niet waard, dit vodje vol incoherent geraaskal en rabiate onzin. Al die complotdenkers hebben een ding gemeen: ze kunnen geen van allen schrijven en kwakken hun onverkwikkelijke gedachtenkronkels (ik wilde in eerste instantie ‘hersenkronkels’ schrijven – hersens!) ongegeneerd op het papier (of welk medium ze ook gebruiken). Ik las ergens dat De Protocollen na de Bijbel het meest verkochte boek ooit is. Als dat zo is, zal het ook, net als de Bijbel, het minst gelezen boek ooit zijn geweest, in het geval van de Bijbel niet terecht, in het andere geval driewerf wel.
 
78. Beatrice de Graaf, ‘Crisis’. Amsterdam, 2022.
 
79. Andrew Motion, ‘Philip Larkin. A Writer’s Life’. London, 1994 [1993].
 
80. Jan Donkers, ‘Forty Tracks’. Amsterdam, 2022.
 
81. Umberto Eco, ‘De begraafplaats van Praag’. Amsterdam, 2011.
 
82. Ad Fransen, ’De nadagen van Gerard Reve’. Amsterdam, 2002.  Schaamteloze exploitatie van de bekendheid van de volksschrijver wiens verwarde geest nauwelijks nog een zinnig gesprek toestaat. Een boekje dat je in een half uur uitleest en waarin niets staat dat ook maar iets toevoegt aan een beter begrip van het werk van de Nederlands grootste prozaïst tot nu toe. Schaam je, Fransen.
 
83. Edmund Keeley, ‘Cavafy’s Alexandria. Study of a Myth in Progress’. Cambridge (Mass.), 1977 [1976].
 
84. Emily Brontë, ‘Woeste Hoogten’. Amsterdam, 2017 [1989].
 
85. Anjet Daanje, ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’. Groningen, 2022. Tot bladzijde 367 glom ik van begeestering voor dit boek. Maar daarna vond ik het eigenlijk steeds minder bevredigend. En een enkele keer maakte zich gedurende de lectuur van dat tweede deel van het boek de gedachte van mij meester dat ik het nu onderhand wel wist.
 
86. Anjet Daanje, ‘Dijende gronden’. Groningen, 2022. Dit supplement op ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ bevat gedichten van Anjet Daanje, maar vooral vertalingen door Anjet Daanje van gedichten van de zusters Brontë. De oorspronkelijke gedichten spraken mij niet erg aan; de vertalingen vond ik zelfs ronduit teleurstellend. Vooral de mate waarin de beknoptheid en puntigheid van de Engelse originelen het moeten ontgelden, is eigenlijk onthutsend: Anjet Daanje is duidelijk geen dichteres.
 
87. ‘De Parelduiker’. Jaargang 27. 2022. Nummer 4. Over Marcel Proust, Grete Weil en Titia van Looy.
 
88. Bert Keizer, ‘Koud liggen’. Amsterdam, 2003.
 
89. Roberto Calasso, ‘Het boek van alle boeken’. Amsterdam, 2022.
 
90. Nico ter Linden, ‘De dag zal komen, Janus’. Amsterdam, 2003.
 
91. Kristien Hemmerechts, ‘Hotel Terminus’. Amsterdam, 2003.
 
92. Boudewijn Büch, ‘Zingende botten. Over gedichten, dood en souvenirs’. Amsterdam, 2003.
 
93. Eva Rovers, ‘Boud. Het verzameld leven van Boudewijn Büch’. Amsterdam, 2016. Boeiend boek over deze dichter, schrijver, journalist, mediapersoonlijkheid, verzamelaar en pathogische leugenaar dat ik met stijgende verbijstering verzwolgen heb.
 
94. Boudewijn Büch, ‘De taal als blauw’. Amsterdam, 1977. Ik heb me er door heen geworsteld, door deze in december 1977 verschenen tweede verzameling gedichten van Boudewijn Maria Ignatius Büch. In december 1977 zal ik behalve Sinterklaas, Kerstmis en de verjaardag van mijn goede vriend Wijnand helemaal niets gevierd hebben, maar ik had ook, op 5 december 1977,  feestelijk bij mijn tweejarige jubileum als dichter stil kunnen staan, mits het besef in mij zou hebben postgevat dat ik intussen al 24 maanden lang met woorden bezig was geweest – om met woorden taalconstructies te maken die ik als gedichten betitelde, bedoel ik dan. Maar als ik naga wat ik in die twee jaren allemaal geschreven heb, jaag ik mij met terugwerkende kracht nog het schaamrood over de kaken. Maar goed, mijn dichterschap viel niet meer weg te denken, dat was onmiskenbaar. Ik had mij in die twee jaren ook tot een verwoed lezer van (onder andere) poëzie  ontpopt. Nederlandstalige gedichten van Lucebert, Simon Vinkenoog en Paul van Ostaijen. Gedichten van niet-Nederlanders: Baudelaire en – uiteraard – Rimbaud. Om maar enkele namen te noemen. Geen Boudewijn Büch. Wel kan ik me herinneren dat ik in 1978 een recensie van ‘De taal als blauw’ heb gelezen. Dat moet zich in de leeszaal van de Openbare Bibliotheek van mijn woonplaats hebben afgespeeld waar toen nog exemplaren van de meest gangbare literaire Nederlandstalige tijdschriften geraadpleegd konden worden: Maatstaf, Tirade, Hollands Maandblad, enzovoort. De recensie, weet ik nog, was niet onverdeeld positief. De criticus wees op de veelvuldige referenties in ‘De taal als blauw’ naar de teksten van andere literatoren waaronder Goethe en Novalis, maar ook naar de liedteksten van enkele ‘dichters’ van de rockmuziek: Ray Davies, Jim  Morrison, Chuck Berry, maar vooral Mick Jagger. En ik was sinds enkele jaren helemaal wild van die rockmuziek (de ontdekking via een transistorradiootje afgestemd op een Duitse radiozender van The Allman Brothers Band, een revelatie – ik vergeet het nooit meer). ‘De taal als blauw’ intrigeerde mij ook omdat de dichter ervan zich een echte dichter mocht noemen; hij had immers gepubliceerd – en ik niet; ik was net begonnen en durfde nog niet eens aan publiceren te denken. Zoals gezegd, de recensie liep niet over van waardering voor de verzen van Boudewijn Büch. De Openbare Bibliotheek van Venray zal, denk ik, ook geen exemplaar van Büchs tweede geesteskind hebben gehad want anders had ik dat boekje wel geleend – in een periode dat ik ‘alles’ leende en van ‘alles’ proefde. Maar goed, dat verzuim – het niet lezen van ‘De taal als blauw’ – heb ik dus onlangs ongedaan gemaakt en, nogmaals, dat is me niet meegevallen, ondanks de lectuur van Eva Rovers’ biografie van Büch, ‘Boud’, die veel verheldert. De gedichten in ‘De taal als blauw’ zijn eigenlijk ronduit lelijk. Ik zie hem, wijlen deze dichter, al zitten: stuiterend op zijn stoel tikt hij als een razende op zijn typmachine gedicht na gedicht totdat hij helemaal leeggelopen is. En dat beeld is niet verheffend. Het is stuitend.
 
95. Boudewijn Büch, ‘De kleine blonde dood’. Amsterdam, 2015 [1985].
 
96. Frans Mouws, ‘De bibliotheek van Boudewijn Büch’. Soesterberg, 2008.
 
97. Bubb Kuyper, ‘The Library of Gerrit Komrij. Part 1 – Highlights and a first selection’. Haarlem, 2012.
 
98. Sigmund Freud, ‘Totem en taboe’. Meppel, Amsterdam, 1984.
 
99. Sigmund Freud, ‘Het onbehagen in de cultuur’. Amsterdam, 2020.
 
100. Sigmund Freud, ‘De man Mozes en de monotheïstische religie’. Meppel, Amsterdam, 1992.
 
101. Paul van Capelleveen, ‘Vergeten Verbeteringen & Toegevoegde Tekeningen. Luceberts opdrachtexemplaren voor vroege vrienden’. Varik, 2022.
 
102. Ruprecht Frieling, ‘Der Ring des Nibelungen. Ruprecht Frieling erzählt Wagners Oper’. Berlin, 2015.
 
103. Yi Fong Au, Tommy van Avermaete (reds.), ‘Door de schaduwen bestormd. Reflecties op de controverse rond de oorlogsjaren van Lucebert’. Zaandam, 2019.
 
104. Simone Atangana Bekono, ‘Zo hoog de zon stond’. Amsterdam, 2022.
 
© 2022 Leo van der Sterren