Posts tonen met het label film. Alle posts tonen
Posts tonen met het label film. Alle posts tonen

woensdag 26 december 2012

Cheepnis

Frank Zappa: ‘Let me tell you something, do you like monster movies? Anybody? I love monster movies. I simply adore monster movies. And the cheaper they are, the better they are. And cheepnis in the case of a monster movie has nothing to do with the budget of the film, although it helps. But true cheepnis is exemplified by visible nylon strings attached to the jaw of a giant spider. I’ll tell you, a good one that I saw one time, I think the name of the film was “It conquered the world”, and the... did you ever see that one? The monster looks sort of like an inverted ice-cream cone with teeth around the bottom. It looks like a, like a teepee or a sort of a rounded off pup-tent affair, and uh, it’s got fangs on the base of it, I don't know why but it’s a very threatening sight, and then he’s got a frown and, you know, ugly mouth and everything. And there’s this one scene where the, uh, monster is coming out of a cave, see? There's always a scene where they come out of a cave, at least once, and the rest of the cast…it musta been made around the 1950s. The lapels are about like that wide, the ties are about that wide and about this short, and they always have a little revolver that they’re gonna shoot the monster with. And there is always a girl who falls down and twists her ankle! Of course there is! You know how they are, the weaker sex and everything, twisting their ankle on behalf of a little ice-cream cone. Well in this particular scene, this scene, folks, they uh, they didn’t wanna re-take it ‘cause it musta been so good they wanted to keep it, but they... when the monster came out of the cave, just over on the left hand side of the screen you can see about this much two-by-four attached to the bottom of the thing as the guy is pushing it out, and then obviously off-camera somebody’s goin’: “No! Get it back!” And they drag it back just a little bit as the guy is goin’: “Kch! Kch!”. Now that’s cheepnis. Alright. And this is cheepnis here.’

Frank Zappa and the Mothers of Invention: Inleidende monoloog bij ‘Cheepnis’. Van het album ‘Roxy & Elsewhere’ (1974).

donderdag 22 april 2010

Eine Deutsche Kindergeschichte

Zo luidt de ondertitel van de film ‘Das weisse Band’ uit 2009. Zo helder als de rol en de betekenis van de witte band zijn die de film zijn naam verleende, zo ambigu is de ondertitel. Betreft het een Duitse ‘Geschichte’ met kinderen in het middelpunt ervan? Of gaat het om een ‘Geschichte’ van Duitse kinderen? Of is het een, zich in Duitsland afspelende ‘Geschichte’ voor kinderen? En welke kinderen dan? De film is immers niet geschikt bevonden voor kinderen onder de twaalf jaar. En het woord ‘Geschichte’, hoe moet dat geïnterpreteerd worden? Gaat het om een verhaal – met de vrijblijvendheid die in meerdere of mindere mate aan alle fictie kleeft? Of is het een geschiedenis, minder fictief en daardoor minder los van het noodlot, gekoppeld aan een loop der dingen waaraan niet te ontsnappen valt.

De ambiguïteit van de ondertitel werpt zijn schaduw vooruit. Maar voor mij herbergde die ondertitel na bezichtiging van de film geen geheimen meer: ‘Das weisse Band’ vertelt de geschiedenis van een groep kinderen in het Duitsland van net voor de eerste wereldoorlog.

De film begint met een ongeluk dat geen ongeluk is, maar dat niettemin nog niet meteen het ergste doet vermoeden. Het paard waarop de arts van een fictief dorp in het oosten van het Duitse keizerrijk, Eichwald, naar huis rijdt, struikelt over een draad die tussen twee bomen is gespannen. De arts raakt daarbij gewond en moet maanden in het ziekenhuis doorbrengen. Daarna komen de kinderen in beeld. Brave, keurige kinderen. Maar wel kinderen – die spelen en in hun spel soms te ver gaan, die kattenkwaad uithalen, die de grenzen van het gezag opzoeken. Vormt de calamiteit met de gespannen draad dan niet meer dan een uit de hand gelopen poets, door kinderen uitgedacht en uitgevoerd, maar zonder de bedoeling om iemand schade te berokkenen? Het antwoord daarop behelst een volmondig nee. Er is meer aan de hand. Veel meer. Ontstellend veel meer.

Haneke biedt de toeschouwer een blik op een patriarchale, hiërarchische, autoritaire samenleving waarin mensen trachten uit te blinken in deugden als loyaliteit, respect, eer, onschuld en fatsoen, maar waarin de zucht naar macht de grootste drijfveer blijkt te zijn. Binnen de kring van het gezin hebben de mannen het voor het zeggen. Al blijft het meestal niet bij woorden. Ook de handen wapperen met veel gemak. Net als de verlengstukken van die handen. In de kring daar om heen zijn het de notabelen die de scepter zwaaien. Daarboven staat weer de baron. Dan komt het federale gezag. Dan het nationale gezag. De keizer bezit de grootste wereldlijke macht. Maar boven de keizer staat de Almachtige God – althans soms staat hij erboven en soms ook niet. Al naar gelang het uitkomt, wordt Zijn macht in- of uitgeschakeld. God liet zich altijd al makkelijk kneden.

Achter de façade van orde, tucht, godsvrucht en netheid, achter die ‘heile Welt’, achter de veel te schaarse oplevingen van authentieke emotie, in het verborgene, spelen zich de ondenkbare gruwelijkheden van het echte, rauwe leven af. Dit is de wereld onder de zichtbare, fenomenologische wereld. Dit is de onderwereld. Hier is alles zwart en wit. Het zwart en het wit sijpelen naar boven. De bonte kleuren van de bovenwereld vormen slechts een onbetekenend laagje verf dat met één veeg weg te poetsen valt.

En in die bovenwereld zijn kinderen gezet. De kinderen bevinden zich helemaal onder aan de basis van de hiërarchische piramide die de volwassenen hebben opgericht en in stand houden. En zoals de volwassenen een dubbelleven hebben, zo onderhouden de kinderen hun eigen kinderlijke schizofrenie. Ziehier de ambiguïteit die het kloppende hart van deze film uitmaakt.

De kinderen zijn de hoofdpersonen in deze film, en hun rol en positie jagen de toeschouwer de stuipen op het lijf. Het feit dat de kinderen zich onvoorwaardelijk aanpassen – aan moeten passen, om te overleven – aan het beeld dat de volwassenen hen bewust maar vooral onbewust voorhouden, indiceert de meest verontrustende boodschap van Hanekes film: er is geen verbetering mogelijk want zelfs de kinderen, en daarmee elke nieuwe generatie, verliezen hun onschuld zodra zij geboren zijn. Hoe zeer deze wereld ook een toonbeeld van menselijkheid en beschaving lijkt te zijn, uiteindelijk vormt zij niets anders dan een voedingsbodem voor barbarij. Dat barbaarse hoeft zich niet perse te ontladen, maar als de omstandigheden dusdanig zijn dat het vat openspringt, dan worden alle registers ook opengetrokken, juist omdat mensen er vanaf hun geboorte voor geconditioneerd blijken te zijn. Dat wil Haneke ons zeggen. Met deze boodschap kan de toeschouwer wel of niet instemmen, maar deze huiveringwekkende film doet je beseffen – met een luciditeit die schrijnt – hoe wreed en onrechtvaardig de wereld kan zijn en hoe machteloos je daar tegenover staat.

© 2010 Leo van der Sterren